4 mei. Dodenherdenking. Vanavond om acht uur denken wij aan Albert Verlinde, slachtoffer van de holocaust.
Waarom?
Vanwege een interview dat hij juni 2007 aan journalist Hans van der Beek van de GPD gaf.
Was u altijd al zo’n prater?
“(…) Een waarzegster heeft ooit mijn hand gelezen en die zei dat ik redelijk snel ben gereïncarneerd, (…). In een vorig leven schijn ik terechtgesteld te zijn in een Aziatisch land. Ik was een danseres die ontrouw was, zei die waarzegster. Het is wel vreemd als iemand je dat vertelt.”
En die te snelle reïncarnatie?
“Ik zou een joods jongetje zijn geweest dat in Auschwitz is omgekomen.”Gelooft u dat, of vindt u het een fascinerend verhaal?
“Ik geloof het wel. Als jongetje al was ik gebiologeerd door het verhaal van Anne Frank. Welk jongetje duikt er nou zo in dat verhaal? Ik praat er eigenlijk liever niet over, want ik wil niet aanmatigend overkomen.”
We mogen rustig stellen dat we hier de essentie van de Duitse gruwelen te pakken hebben. Was Hitler nooit aan de macht gekomen, had dat joodse jongetje nog geleefd. En hadden u en ik geen last gehad van Albert Verlinde.
Ja, als je het zo bekijkt zijn wij állemaal oorlogsslachtoffer. Wel zo handig.
“(…) Een waarzegster heeft ooit mijn hand gelezen en die zei dat ik redelijk snel ben gereïncarneerd, (…). In een vorig leven schijn ik terechtgesteld te zijn in een Aziatisch land. Ik was een danseres die ontrouw was, zei die waarzegster. Het is wel vreemd als iemand je dat vertelt.”


