Daar zit ze. Volledig onverwacht word ik geconfronteerd met mijn recente verleden. Het verleden dat verlating heet. Mijn maat kijkt me bezorgd aan. “Ey joh, is er iets? Je kijkt alsof je een Fyra hebt ingeslikt.”
“Sjezus man, daar zit ze. Achter de pilaar. Met één of andere klojo die haar hand vasthoudt…” mompel ik verslagen. Het doet me meer dan ik verwacht had. Het boek was immers al gesloten. Met een ferme klap dichtgeslagen.
“Ja, en?” vraagt mijn maat. “Had je dan gedacht dat ze nóóit meer uit zou gaan en ook nóóit meer een andere vent zou vinden?”
“Nou nee, dat niet. Maar waarom nú al?!? En waarom uitgerekend hier…”
Gebiologeerd kijk ik naar de rug van mijn ex.
Recht, rank en ontelbare keren gestreeld.
Net als de donkerblonde haren die tot net onder haar schouderbladen reiken.
En die schouders zelf, waar ik haar soms zo graag had willen vastgrijpen om even flink door elkaar te rammelen: “Kom toch eens tot bezinning, mens!”
De klojo ziet er verontrustend goed uit. Hij steekt liefdevol een amuse-lepeltje met een garnaal in haar mond. Ik volg elk detail van de handeling. Had ik dat dan ook moeten doen? Had dat wat uitgemaakt? Hij streelt een haarsliert uit haar gezicht. De liefde die hij daarbij uitstraalt, is misselijkmakend. Ik zou juist blij moeten zijn voor haar, zo hoort dat toch bij ‘het loslaten’?
Ik ben hooguit blij dat ik haar ogen niet kan zien. En zij de mijne niet.
Zij, die wegging. Zij, die mij zó zat was. Zij, die mij achterliet.
Het meest verwarrende is, dat ik haar nu wel begrijp…
“Nu al? Wat nou, ‘nu al’?? Ze is al meer dan een half jaar weg! Kom op man, laat jezelf niet zo gaan. Life goes on!”
“Life goes kut. En het blijft een stomme trut,” brom ik getergd. Maar dat is ze niet. Integendeel. Ze koos voor zichzelf en voor een leven waar ik voor geen meter meer in paste. Life goes on indeed. En zelfmedelijden is een bitch.
Hand in hand lopen ze het eetcafé uit.
Pal langs ons heen, niets ontziend, niets ziend.
Enkel elkaar.
Daar gaat ze.
Alweer.





Oef… Als dit een contactadvertentie was zou ík je schrijven. Of hedendaags Tinderen. Bestaat dat werkwoord al? Hoe dan ook: mooi!
Ik ga ook maar eens Tinderen. Dan zie ik je daar 😉
Als het waar is: kusje erop.
Als het fictie is: kusje erop.
Mooi stuk.
Kusje terug.
Dit stuk werkt beter dan met een puppy door het park lopen
In welk opzicht? Met een puppy door het park lopen werkt in ieder geval voor de puppy erg ontlastend 🙂