Mijn overgrootmoeder is afgelopen week overleden. De prachtvrouw is 95 jaar geworden. Een gevuld leven dat zijn start kende vlak na de Eerste Wereldoorlog – maar helaas ontsprong ook zij de dans niet: de Tweede heeft ze volledig meegemaakt. Daar heb ik als klein jongetje overigens nooit wat van gemerkt. Nu ik dit zo opschrijf komt eigenlijk pas het besef. Dat komt omdat mijn overgrootmoeder een klassieke oma was, zó geplukt uit een kinderboek. Grijze haren, krulspelden, grote bril en blauwe lange jurken met bloemetjesmotief; ik ken haar niet anders. Zodra mijn ouders even niet oplette, schoof zij mij wat snoep of geld toe. En dan de onvergetelijke tekst: ‘hier jongen, en niet direct alles opmaken.’ Mijn oma en ik hadden dan een pact. Wij tegen de wereld.
Zo kras van leven toen, zo moe op het eind.
Het aftakelingsproces dat ouderdom heet, vereenvoudigt het leven. Waar ‘wij’ – de mensen die nog volledig in het leven staan– ons veelal blindstaren op de toekomst, zo in het nú leven ouderen. Ook al hebben ze er niet veel van: ouderen pinnen alles vast op de tijd. Mijn oma dus ook. In het verzorgingstehuis was er om half negen ontbijt, om tien uur kwam de verpleegster, om half één lunch, dan het bezoekuur, en zo dóór, net zolang totdat het eentonige etmaal was gevuld. Het leven was toe aan een nieuwe impuls.
Dus kwam de dood.
In een verder stuurloos bestaan waar wij het slachtoffer zijn van geluk, het lot, god of andere kansfactoren biedt de dood houvast. Het is een geduldige vriend die kalm in de schaduw wacht. Toch wordt de dood veracht, het is de paria van het levenspad van de mens. En dat is vreemd want hij hoort net zo goed bij het bestaan als geboorte, scholing, vriendschap, twijfels, liefde, reizen of de eerste keer seks. Zonder hem zou het leven eindeloos zijn, een wandeling zonder eindbestemming.
Dus het is de dood die het leven waardevol maakt.
Alles wat het leven je geeft, neemt hij aan het eind ook weer van je af. Je ouders ontvallen je, partners en vrienden verlies je gaandeweg uit het oog. Ze komen in de harten van anderen of belanden onder de grond. De vergaarde vaardigheden tijdens het leven zal je aan het eind ook weer verliezen. Mijn oma hield van tv. Haar beperkte zicht en gehoor zorgden ervoor dat het kijken op het eind onmogelijk werd. Zij wist het ook: tegenstribbelen had geen zin meer. Daarna dacht ze ook zo over het leven: ze had geen zin meer. Aan het eind was juist het leven de martelgang en kwam de dood als een uitkomst. “Het is goed zo,” zei ze vlak voordat de dood haar bezocht.
Wie is dan de vriend? Het leven of de dood?
Over het leven valt veel te zeggen, maar de dood blijft een mysterie. Het is een enkele reis zonder enige recensie van voorgaande bezoekers. De ultieme ontdekkingsreis naar een onbekende bestemming. Hem vrezen is even zinloos als het achterhalen van de zin van het bestaan. Want bestaan doen we allemaal, ook al is het maar tijdelijk. Op een warme zomerse dag kreeg mijn oma een jaloersmakende dood. Hij nam haar vredig in haar slaap. En welke sticker je er ook op plakt: reïncarnatie, een ontmoeting met zeven maagden of een rustplaats in de hemel; het is een ervaring die een ieder die dit leest nog nooit heeft ervaren.
Maar mijn oma niet, die maakt het momenteel mee. Een reis zonder tandenborstel, paspoort, lichaam of backpack met herinneringen. Die heeft ze verstandig achtergelaten.
Lieve oma, een fijne reis gewenst.



