Een lichte glimlach rond haar lippen. Haar ogen zijn twee vochtige sterrenhemels. Ze denkt aan alle mooie momenten die we samen hebben beleefd.
Zoals die ene keer dat we door het bos liepen.
Nog net in het zicht zag ik een vos sluipen. Ik stond stokstijf stil en ademloos keken wij naar het rode beestje dat een prooi ging vangen. 10 seconden later schoot het dier naar voren en kwam terug met een konijn in haar bek. Het kopje hing slap. Wat moest je schreeuwen toen ik er achteraan rende. Het had niet veel gescheeld of ik had de vos doodgemaakt.
Of toen jouw vader stierf.
Ontroostbaar. Beiden. Dagen, zo niet wekenlang hebben we op de bank gelegen, in elkaar verstrengeld. Kapot van verdriet. Zonder mij ging je naar de crematie. Gebroken kwam je terug. Tijdens de koffietafel zette je jouw mooiste glimlach op. Een masker. Want het zat eraan te komen, de dood. Hij had kanker en was oud. Dan krijg je dat. Tja. Maar thuis was je jezelf. Je smeet je jas in de hoek, gooide je hakken de gang in en sleepte jezelf naar mij, jouw trouwe vriend. Je legde je hoofd op mijn buik en je perste alle tranen op mij. Zonder restrictie. En ik troostte jou. Door er te zijn.
En toen je trouwde.
Ik liep achter jou aan toen je in gebroken wit op het strand het ja-woord gaf. Ik week geen seconde van je zijde, zo trots was ik. Zelfs jouw kersverse echtgenoot mocht niet tussen ons inkomen. Niet veel later kwam je eerste kindje. Ik heb de eerste weken bij de wieg gewaakt. En toen het kindje een dreumes werd en mijn haren uittrok gaf ik geen kik. Want ik snapte het. Ik kende mijn plaats.
En toen werd ik ziek.
Ik zakte door mijn poten. Ineens. ik jankte van de pijn. De dierenarts wist te melden dat de kanker is uitgezaaid. Ik had al maanden pijn, maar ik liet het niet weten. Te trots? Nee. Ik ken mijn plek in de roedel.
Als ze niets doen zal ik nog veel pijn hebben.
Maar dat los ik op. Ik stop gewoon met eten en drinken, totdat mijn lijf beslist dat het genoeg is geweest.
Ik wil niet meer.
Als de spuit haar werk doet kijk ik nog één keer naar je. Trouw tot aan de dood.
Ik leg mijn kop in je armen en ik geef jouw kindje een laatste lik.
Ik ben blij dat ik deel van je leven mocht zijn.
Dankbaar sluit ik mijn ogen.







Tranen.