‘s Middags twee uur. Ik sta – nog steeds in m’n badjas – in de keuken te rommelen. De soeppan past niet meer in de vaatwasser en dat stoort me mateloos. Nick (zoon) ligt op de bank. Ik hoor hem mompelen. De luiwammes.
“Nick!! Ga nou eindelijk eens wat doen, joh!! Je hebt morgen biologieproefwerk én een Engels-overhoring. En jij ligt al die tijd alleen maar sloom op de bank te liggen en te minecraften. Zo wordt het nóóit wat!”
Meer onverstaanbaar gemompel. Ik druk de pan dieper in de vaatwasser. Móet passen.
“Je moet wat meer verantwoordelijkheid nemen, knul! Zélf leren, een schema maken van wat je moet doen voor welke dag. En nu vooral woorden leren. Met de hand afdekken en steeds weer herhalen. En een puntje zetten bij die woorden, die je nog niet kunt. Ik kan niet de godganselijke tijd overhoren en je weet zelf ook dat Engels nu eenmaal belangrijk is!” roep ik nog maar een keer naar de woonkamer.
Ik hoor niks meer, geef de pan nog een duw. Mijn favoriete whiskey-glas breekt. Vloekend pluk ik de scherven uit de filter en doe ik er nog maar even een schepje bovenop. “Kom op, joh, ga studeren! Pak dat boek en DOE wat. Je hebt alleen vandaag nog! Die Xbox gaat echt stante pede de deur uit als ie je zo afleidt!”
Het gemompel is plots een stuk dichterbij. Ik trek mijn hoofd uit de vaatwasser en draai me om. Nick staat bij de deurpost en kijkt me, met een potlood in zijn mond en zijn Engels-boek in de handen, heel demonstratief en vooral heel beschuldigend aan.
“Oh.”
…
“Sorry. Ik was duidelijk iets te voorbarig. Ik neem álles terug.”
“Mooi,” gromt Nick. “Neem die pan dan ook maar fijn terug. Die past voor geen meter. Als je wat meer zou minecraften, zou jíj dat ook een stuk beter in kunnen schatten.”





Hahaha prachtig 🙂