Saar – zo heette mijn ruwharige teckel – was slim, héél slim. Ze was altijd bij mij. Mijn eerste vrouw was overleden en iedereen dacht dat ik haar weg zou doen. Ik had namelijk een drukke winkel, een slagerij in Amsterdam.
Maar ik piekerde er niet over Saar weg te doen. Ze had mij door deze donkere tijd gesleept – niet mijn kinderen of familie. Saar, met haar aanhankelijkheid en nukken, en natuurlijk met haar betoverend mooie, donkere ogen. Ze ging elke ochtend mee naar de slagerij. Ik woonde in Almere en het was 45 minuten rijden.
Als ik ’s ochtends van huis wegreed, kroop Saar al na tweehonderd meter op mijn schoot en legde haar snoetje in mijn nek. Zo bleef ze de hele rit in mijn nek blazen en zuchten van genot.
In de winkel lag ze in de achterkamer te slapen, in haar mand. Tenminste, dat dacht ik. Ik vergiste mij in mijn Saar. Ze had haar ogen dicht, maar hoorde en rook echt alles. En dan bedoel ik ook álles.
Saar kreeg elke dag een stukje vlees, maar een enkele keer viel er tijdens het snijden een riblap van 500 gram op de grond. Zonder dat ik het hoorde, stond Saar naast me en sleepte, achteruit lopend, de riblap naar haar mand. Daar at ze het vlees snel en met veel gesmak op. Je zag haar denken: ik ben zeker jarig dat ik vandaag zo verwend word! Ik kon met alle klanten in de winkel moeilijk achter haar aan rennen, dus verorberde ze de riblap, liet een boer en viel weer voldaan in slaap.
Saar overleed twee jaar geleden. Ze is 18 jaar en vier maanden geworden, een mooie leeftijd.
Ik en mijn huidige vrouw besloten géén hond meer te nemen. Dat hebben we een half jaar volgehouden. Vorig jaar namen we weer een teckel. Nu een reu. Een gladhaar met een moeilijke stamboomnaam. We besloten hem Max te noemen.
Toen we Max haalden, was hij niet sociaal. Mijn vrouw nam hem op schoot en vroeg me of hij soms ziek was. Dat was dus niet zo. Max had lang alleen in een hok gezeten en was bang.
Nu is Max de Casanova van de buurt. De mensen wachten met het uitlaten van hun hond tot ze Max zien en lopen dan met mij mee.
Maar ik heb woord gehouden: géén hond, het is weer een teckel geworden want een teckel is geen hond, een teckel is een teckel.
Max is even slim en geslepen als Saar. Hij probeert mij ook te manipuleren, net als Saar, maar dat werkt bij mij niet. Waarom niet? Mijn vrouw doet dit ook al jaren. Ik ben er immuun voor geworden.





