Vrouwen geven ons vaak te kennen dat zij hun vriend / man / minnaar zo onverschillig vinden en confronteerden ons met het vraagstuk ‘Zijn alle mannen zo onverschillig?’. Waarop wij onze schouders ophaalden en verder gingen met de orde van de dag. We zaten namelijk midden in een fel potje FIFA – die PlayStation staat er tenslotte niet voor niks. Een dag later dachten we er nog eens goed over en na en, we zeggen het niet graag, kwamen tot de conclusie dat die dames behoorlijk gelijk hebben.
Er lopen verrot veel totaal onverschillige mannen rond. Zoals Richard*. Richard heeft geen vast werk, iets dat hem overigens totaal niet stoort. ‘Ik wil niet om zes uur opstaan voor iets waar ik niks om geef,’ zo zegt hij onverschillig. En dat is nog maar het begin van zijn onverschilligheid.
Als Richard op straat door een collectant van een willekeurig goed doel wordt aangesproken, kijkt hij met een duffe blik in zijn ogen die persoon aan. Met een bedompt ‘Mwoh nee’ elimineert hij in een klap alle potentiële argumenten om iets te doneren. De schaarse keren dat Richard in een restaurant eet, bestelt hij uit gemakzucht steevast hetgeen dat bovenaan op de kaart staat. Naar de film gaat hij niet en zijn TV staat thuis altijd op het zelfde kanaal, ongeacht wat er wordt uitgezonden.
Het nieuws volgt hij niet. Bij grote actuele gebeurtenissen haalt hij schuchter zijn schouders op. Meer dan een ‘Tja, het is wat’ rolt er niet over zijn lippen wanneer er bijvoorbeeld ergens een aanslag of moord wordt gepleegd. Spraakmakende misstanden verzucht hij, een favoriet sportteam heeft hij niet en wanneer de eerste warme dagen van het jaar zich aandienen zal het dat hem aan de spreekwoordelijke reet roesten. En zelf, in het uiterste doch voorkomende geval, staat hij totaal lamzalig tegenover het vrouwelijk geslacht, die het dan ook nooit langer dan enkele dagen bij hem uit weten te houden.
Er zijn veel meer mannen zoals Richard. Vaak in minder extreme mate, maar dat maakt het leven voor vrouwen die stuck zitten aan een onverschillige man er niet makkelijker op. Onthou: het ligt niet aan jou. Het is niet dat hij geen mening heeft; het is dat het hem geen flikker kan schelen.
*Problemen dat hij centraal staat in het stukje over de onverschillige man heeft Richard dan ook totaal niet. ‘Eerlijk gezegd kan dat me niet zo veel schelen.’






Waar ken ik die Richard toch van… Hij klinkt me bekend in de oren. Hmm.
Laat het volgende stukje gaan over waarom ze zo onverschillig zijn. Of laat je dat onverschillig?