De grootste winkelstraat hier heet Langestraat. Twee flauwe bochten ontnemen me al lopend het zicht op het ene of het andere uiteinde. Maar lang is hij wel. En leeg. Op deze grauwe doordeweekse middag zou ik in de winkels die ik passeer het spreekwoordelijke kanon af kunnen schieten. Teveel kledingzaken met hun schreeuwerige ‘Sale!’ en bij de goedkopere zaken ‘Opruiming’. Kille afgeprijsde rekken buiten. Wie moet al die rommel toch kopen, denk ik.
Er staat zelfs nog een Schoenenreus overeind, hoewel ik pas nog las dat die omgevallen zou zijn. Bij een van de twee wit- en bruingoedzaken in de Langestraat heeft UPC een actie.
‘Kom binnen!’ staat er op grote gele aanplakbiljetten. ‘Betaald u niet te veel?’
Ik kan het niet laten.
Op mijn luide ‘goedemiddag’ komt de verkoper met een brede lach vanachter uit de zaak me tegemoet. Een klant!
‘Ik breng u een taaladvies’, roep ik hem toe.
‘Ja?’ De man is nog heel even in vrolijke afwachting.
‘Het is betaalt, met een T, want het is tegenwoordige tijd.’
‘Uhh?’ Zijn lach bladdert af.
‘Op het raam, levensgroot. ‘Er staat betaalD, met een D.’
BetaalT u niet teveel, moet het zijn.’
De herhaling doet zijn werk.
Hij twijfelt nog even. Kritiek op de winkel, zijn terrein. Wellicht is er iets tegen in te brengen… Dan gaat hij door de knieën.
‘Oké’, gromt hij. ‘Daar laat ik het hoofdkantoor naar kijken.’
‘Doe dat’, zeg ik, ‘het was trouwens gratis hoor!’
‘Wat?’ Dat ‘gratis’ brengt nog even leven in zijn brouwerij.
‘Het advies.’
Als ik me omdraai, etst hij in mijn rug het woord ‘Zeikerd’.
Waarschijnlijk met een T en ik vrees met lange ij.





Aan de slechte spelling en grammatica zie je het peil van het onderwijs dalen (Nederland kennisland?). Maar als je zo’n gratis advies geeft, ben je een taalnazi. Want ook dat begrip is geen onderdeel van algemene ontwikkeling meer. Ik houd mezelf maar voor dat het een verrijking van de taal is, al die nieuwe woorden, spellingen en schrijfwijzen. Die meisje en dat jongen vinden het wel vet koel. En de robots zullen het straks niet beter gaan doen, wie zou het ze moeten leren?