Vroeger was ik behoorlijk goed in biologie. Een negen voor mijn eindexamen was zelfs de reden dat ik toch in één keer slaagde. Net genoeg om tekorten bij andere vakken te compenseren. Toch heeft iets vanzelfsprekends uit de natuur me onlangs compleet verrast. Ik besef opeens dat ik een man ben. Of liever: geen vrouw.
Tijdens de zwangerschap was dit nog logisch. Dat ik geen baarmoeder heb, de eisprong ontbeer, daarvan was ik al een tijdje op de hoogte. Maar dat er na de geboorte van onze zoon nog grotere verschillen zijn, daar word ik – naïef als ik ben – toch enigszins door overvallen.
Kiekeboe
Die negen maanden in de baarmoeder en het vervolgens voeden via de borst, zorgt bij mijn vriendin voor hetzelfde effect als het kiekeboespelletje bij baby’s. Ze lijkt nog niet doordrongen van het besef dat ons kind er ook is als je hem even niet ziet, ruikt of hoort. Bij kiekeboe is dit nog behoorlijk grappig voor het slachtoffer; bij mijn lief allerminst.
Zelf heb ik hier geen last van. Toen onze zoon nog maar enkele uren oud was, ging ik naar de supermarkt. Overbewust van zijn bestaan, maar zonder enig gevoel van een gemis. Toen ik hem weer zag, was daar weinig kiekeboe aan. Ik zag het al aankomen toen ik wegliep.
Een week later vertelde mijn vriendin dat ze zich zoiets nog lang niet voor kon stellen. Vijf minuten bij hem weggaan, zou ze moeilijk hebben overleefd.
Nu zijn we ruim twee maanden verder en heeft zij al enige activiteiten zonder de kleine ondernomen. Nooit zonder tranen. Het kiekeboespelletje is niet uitgespeeld. Nooit waarschijnlijk. Dat ik de hufter ben die de navelstreng doorknipte – ik deed het om de verloskundige een plezier te doen, heus – is me nu al voldoende ingewreven. Zij zal zoiets wreeds nooit doen.
Het is maar goed dat niemand me zal vragen dat biologie-examen over te doen, dat ik dat papiertje al heb. Ik snap er nog maar weinig van. Wel weet ik dat ik mijn moeder wat vaker kan bellen.


