Geboren op een zondag, zoals ik al eerder meldde. Ik ben een zondagskind en ik maak dingen mee. Zoals die ene keer dat ik in een stuntvliegtuig zat.
Ook hier scheet de duvel wederom op één hoopje Gabriël.
Mijn oudste broer werkte in zijn pubertijd dag en nacht om zijn hobby -zweefvliegtuig besturen- te bekostigen. Elke cent werd omgedraaid en elk weekend stond hij op het veld in Gilse Rijen. Of hij zweefde er overheen.
En heel af en toe stond hij het zichzelf toe om vrij te nemen. Dan ging hij zwemmen.
Zo ook die ene woensdagmiddag.
Precies op het moment dat mijn broer in het water lag te spartelen belde onze huisarts aan.
Dokter van de Kerkhof was een fanatiek vlieger. Kleine passagiersvliegtuigjes mocht hij besturen. Vanaf vliegveld Seppe maakte hij korte vluchten.
Deze woensdagmidag ging hij ook naar Seppe, en het leek hem een leuk idee om mijn broer uit te nodigen. Ze hadden immers beiden ongeveer dezelfde hobby.
Maar ik deed open.
En mijn broer was zwemmen.
Ik mocht mee.

Bron: Pixabay
Op Seppe bleek er geen vliegtuig vrij te zijn. Behalve een stuntvliegtuigje. Daar had meneer van de Kerkhof geen problemen mee, en zo kwam het dat ik een half uur later over West Brabant vloog.
Van de Kerkhof vertelde honderduit over het vliegtuig, over alle knopjes en waar ze voor dienden. Vol passie liet hij mij voelen hoe solide zo’n vliegtuig door de lucht snijdt.
En in zijn enthousiasme leek het hem een goed idee om daadwerkelijk te gaan stunten.
We maakten kurkentrekkers, loopings en nog veel meer maagverkleinende strapatsen.
Toen liet hij zijn handen van de knuppel glijden en liet hij mij sturen.
En ik maakte levensgevaarlijke bochten, onverantwoorde loopings en toiletbevuilende kurkentrekkers.
Niet lang daarna zette de dokter de machine op de landingsbaan en reden we naar huis. Zwijgend.
Maar mijn ogen glommen.
Mijn broer was er goed ziek van. Één keer ging hij zwemmen en dat kostte hem een middagje gratis stunten.
Dat krijg je, als je niet op zondag geboren bent.





