
BRON: PIXABAY
Er was eens, héél lang geleden, in een land niet eens zo ver hier vandaan, een jongen die de fout had begaan een smartphone aan te schaffen. Die jongen was ik!
Ik wist natuurlijk al dat het smart-gedeelte in de naam een eufemisme was, maar handig leek het apparaat desalniettemin. Een soort Zwitsers zakmes onder de mobieltjes! Een computer in zakformaat, een fototoestel met de broodnodige megapixels (over sluitertijd werd, zéér begrijpelijk, geen woord gerept), een digitale notitieblok, een walkman (incl. radio en bijbehorende oordopjes) en een voicerecorder. Toen de verkoper klaar was met ouwehoeren over Bluetooth, G-zoveel, oude WAP-functies die nog steeds werden ondersteund en meer van wat in het standaard verkooppraatje thuishoorde, kwam de hamvraag: ‘Maar kan ie ook bellen?’
Altijd leuk om vragen te stellen die zo voor de hand liggen of lijken te liggen, dat de verkoper even niet meer weet hoe het gesprek te vervolgen. Het is een familietrekje. Mijn broer kon dat ook, bij Van Leest een DVD kopen en aan de verkoper vragen of ie ‘m voor de aanschaf eerst even mocht luisteren, wijzend naar de hoek waar opgeschoten tieners de laatste Thunderdome aan het luisteren waren.
De verkoper herstelde zich snel, al was de moed ‘m wel in de schoenen gezakt. Ja, bellen kon het apparaat ook, aldus de verkoper die een blos kreeg, balend dat ie niet was voorbereid op deze vraag.
‘Geweldig! Dan pak ‘m maar in!’
Amper buiten liep ik Ilse tegen het lijf, één van mijn betere vriendinnen. Ze was iedere zaak met zomerjurkjes of schoenen in de etalage aan het afstruinen. Uiteraard zonder iets te kopen. Winkelen, noemde ze dat! Vanzelfsprekend zijn winkelende dames ook geïnteresseerd in wat bekenden in het winkelgebied doen. En al helemaal als diegene daadwerkelijk iets heeft gekocht. Dus de Samsung Galaxy SII Plus werd met doosje en al getoond.
‘Hé, Dennis! Weet je wat jij moet doen?’
‘Ja, ik moet nog…’
‘Je moet WhatsApp downloaden, dan kunnen we gratis sms-en’, werd ik geïnterrumpeerd.
Ik haat het wanneer mij een vraag wordt gesteld die de vragensteller zelf beantwoordt. Maar goed, laat het je dag niet om zeep helpen.
‘Oh, ja?’
‘Ja, dan kunnen we die dure sms-jes achterwege laten!’
Nou ja, ik ben wel te porren voor kostenbesparende tips. Wel ontstond direct de vraag, wat het verdienmodel van een dergelijke onderneming dan zou zijn. Maar goed, dergelijke vragen hoef je meestal niet te stellen aan mensen die hun eigen vragen beantwoorden. Voor je het weet, rijd je met allerlei onnodige extra’s op een auto, die toch al niet was afgestemd op jouw eisen, de showroom uit. En ik had zojuist al een telefoon aangeschaft.
Onze wegen scheidden. Oftewel, ik had het wel gehad met het winkelgebied en Ilse moest verder, althans als ze alle winkels nog voor sluitingstijd wilde bezoeken.
‘Ik heb ‘m gedownload!’, tikte ik later die dag in en verstuurde het naar Ilse via de zojuist geïnstalleerde applicatie met de gevatte naam WhatsApp.
‘Fijn! Dan kunnen we nu gratis na elkaar berichten sturen!’, verscheen op mijn beeldscherm. Je zult ‘naar’ bedoelen, dacht ik. Maar ik liet het schieten. Niemand zit te wachten op een psychische foltersessie van de vocabulaire Stasi.
‘Ja, dat had je gezegd’, stuurde ik terug.
‘Is toch handig? Ook voor jou, toch?’, viel direct te lezen.
Waarom stellen vrouwen zoveel vragen? Is het om het gesprek gaande te houden of is het een uiting van dieperliggende onzekerheid, vroeg ik me af en reageerde met: ‘Eigenlijk sms ik helemaal niet zoveel.’
‘Ilse is aan het typen…’, stond mij iets te lang in beeld, dus ik belde haar op. Per slot van rekening had ik meer te doen. Zoals alle telefoonnummers opslaan in het nieuwe apparaat en iedereen middels het geijkte sms-je op de hoogte te stellen van mijn nieuwe telefoonnummer.
‘Waarom bel je nou? Ik was nog aan het typen!’
‘Ja, dat zag ik. Ik was bang dat je een roman aan het schrijven was, dus ik dacht, laat me bellen.’
‘Hè, wat? Ja… urhm… nee! Ja, maar zo kost het nog steeds geld’, klonk Ilse’s stem enigszins verwijtend.
‘Ach, dat maakt niet uit. Ik heb een abonnement.’
Inmiddels zijn we flink wat jaren verder, maar dit is nog steeds wat er gebeurt als iemand mij appt. Want die WhatsApp vervangt helemaal niet het sms’en, maar is een chatservice.
Chatten deed ik nog in het begin van dit derde millennium en het heeft een reden waarom ik het niet meer doe. Het neemt teveel tijd in beslag. Tijd die ik nuttiger had kunnen besteden. En digitaal contact is in geen enkel opzicht te vergelijken met fysiek contact. Verder vertroebelt chatten de scheidslijn tussen het heden en de andere tijden.
Hoe dan ook, ik haat appen! Vooral omdat vrouwen het mij iets te lang volhouden om op een veel te klein toetsenbord (op het beeldscherm van de smartphone) te typen. En na 10 minuten denk ik dan: ‘dit hadden we binnen 30 seconden kunnen bespreken, mochten we simpelweg gebeld hebben’. Logisch gevolg, ik ga bellen!
Bovendien zien anderen dat ik online ben (en zelfs dat ik aan het typen ben), wat voor sommigen aanleiding is om ook mij te gaan appen. Ik ben een man! Ik kan niet multitasken! Ja, ik kan het wel, maar dat doet flink af aan de kwaliteit in bestede zorg aan álle afzonderlijke taken.
Nee, appen is vreselijk. En het interesseert me niet wie je bent! Maar als je me wilt appen, stel jezelf dan de volgende vraag: ‘Ben ik binnen 3 à 4 berichten klaar of kan ik beter bellen?’ Zo niet én wil je toch graag appen? App dan een vriendin!



Weet je zeker dat je dit niet voor mij geschreven hebt? Zo herkenbaar. (y)
Officieel schrijf ik hier natuurlijk voor de vrouwtjes! (Zoals schrijvers over het algemeen op alle locaties doen, maar dat terzijde) Opdat de dag aanbreekt dat zij het driebenige menselijke exemplaar gaan begrijpen.
Ssst! Aan niemand doorvertellen, hè? Natuurlijk heb ik het ook een beetje voor jou en alle mannen geschreven. (Mondje dicht!)
Ach wat lief, het mannetje schrijft voor de vrouwtjes.
Ja, schattig hè? 😉 Ik kan wel lief zijn 😀 (als ik daar erg veel moeite voor doe) 😛