Mijn longontsteking is inmiddels een ware persoonlijkheid geworden. Een schim van licht voluptueuze vrouw dwaalt rond mijn bed. Ze heeft enorme borsten. Die duwt ze uit alle macht tegen mijn gelaat, waardoor ik langzaam stik. Lola noem ik haar.
Lola weet van geen ophouden. Ze heeft haar ideale slachtoffer, een behoeftige, weerloze man, gevonden. Ik laat haar maar over mij heen komen. Met haar ballonborsten in mijn neusgaten rochel ik om genade.
“Genade? Niks genade! Jij wilde toch dat vrouwen je in deze toestand nog namen? Wat zeur je dan? Hier! Pak aan!” Lola duwt een kussen onder mijn hoofd om zo nog beter mijn ademgaten te kunnen pletten. De volgende verstikking is een feit.
Ik wil opstaan, want ik moet plassen. Maar Lola wil dat ik blijf liggen en dreunt haar voorgevel op mijn klamme haren.
“Néér, jij. Néér!”
In mijn ijlende toestand kan ik niet anders dan gehoorzamen. Ik pak de plasfles en frommel mijn verlengstuk in de opening. Dan maar zo.
Hoe lang zal, kan, mag dit nog doorgaan?
“Niet zo lang hoor,” mompelt de dokter aan mijn bed. “Lola, ga eens aan de kant, mens, zo kan ik er niet bij,” meen ik hem te horen zeggen.
‘Niet zo lang’. Dat zei hij echt. Zou hij bedoelen dat ik het niet lang meer maak? Ach nee, dat bedoelt hij vást niet. Ik hoop enkel nog maar dat Lola zich nu op de dokter zal werpen, zodat ik weer even op adem kan komen.
…
Ik hoor het geroezemoes om mij heen.
“Hoe is de stand, dokter?” De stem van mijn ex. Wat doet díé hier in vredesnaam? Ga weg!
“Stukken beter hoor, komt allemaal goed,” antwoordt hij.
Ik geloof er geen snars van, maar ik houd me koest.
“Da’s mooi, want ik ga komend weekend naar de Ardennen. Dan moet hij weer beter zijn, want dan kan ik de kinderen echt niet hebben.”
Ik wíst het, er is altijd een valide reden voor haar bezorgdheid.
Ik veins een koortsstuip. Om haar te laten zien dat ik heel hard aan het sterven ben en dat ze haar weekendje Ardennen mooi op haar blubberbuik kan schrijven.
“Geef het op, Denis. Je hebt enkel nog wat verhoging. Dan krijg je geen koortsstuipen meer,” smaalt ze. Handen in de zij, kussen onder haar arm, verachtende blik die van boven haar boezem op mij neer daalt.
Ineens weet ik het zeker. Lola is mijn ex en mijn ex is Lola. Zulke dingen realiseer je je pas als je écht doodgaat.




