Hoe Mannen Denken...

Van ons, voor jullie...

  • Home
  • Archief
  • Over ons
  • Adverteren
  • Contact
« Een ontmoeting met echte vrouwen
De travestie van de 75e Golden Globe Award »

Cultuur snuiven

10-01-2018 door Kees de Vreugd

Bron: Pixabay.com

Anders dan mijn eega ben ik opgegroeid in een arrebeiersgezin. Bij ons thuis was ‘niet lullen, maar poetsen’ het devies. En ken je plek. Wie voor een dubbeltje was geboren, kon nooit een kwartje worden. Klassieke muziek, literatuur en andere fijne zaken waren voor hunnie; de hoge heren en de dames van stand. In huize De Vreugd werd een zaterdagmiddag naar het oorlogsmuseum in Overloon als het hoogst haalbare beschouwd, qua culturele ontwikkeling.

Het was dan ook een behoorlijke schok voor iedereen in mijn directe omgeving, mezelf incluis, toen ik op wat latere leeftijd met een hoogopgeleide intellectueel verkering kreeg. Met HBO zeevaartschool vond ik mezelf al een hele pief; mijn vrouw komt uit een familie waarvan het domste neefje nog een universitaire studie culturele antropologie, of iets nog onuitspreekbaarders volgt.

Bron: Pixabay

Terwijl wij vroeger de Donald Duck lazen, was het bij haar thuis niet ongebruikelijk dat er onder de gezinsleden een geanimeerde discussie ontstond over de ethische, filosofische en religieuze implicaties van een, nog te ontdekken, grote geünificeerde theorie in de theoretische fysica. Of dat de moord op pa Karamazov zo niet te rechtvaardigen, dan wel te billijken was.

Mijn vrouw heeft het op zich genomen om mij op een hoger cultureel en filosofisch niveau te tillen. Ze denkt dat ik het in me – én nodig – heb, al is het maar om mijn schrijvelarij van wat onderliggende substantie te voorzien.

Ik heb haar pogingen daartoe tot voor kort met succes af kunnen weren, maar ben uiteindelijk voor de bijl gegaan, omdat ze, nou ja, een punt heeft. We besloten een zondagmorgenconcert in het Koninklijk Concertgebouw (Amsterdam) te bezoeken. Twintig euro per persoon voor een uur leek me een redelijke investering voor een aanvang in mijn persoonlijke ontwikkeling.

Gesopt & geschoren & dressed to impress, arriveerden we fashionably late. Een lakei in een billentikker ontving ons met de geringschatting die randstedelingen speciaal voor nogal uitdrukkelijke provincialen gereserveerd lijken te hebben.

Om te laten zien dat ik niet helemaal uit een ei kom, had ik de toegangskaartjes niet uitgeprint, maar elektronisch in mijn smartphone opgeslagen. Dacht ik. Aan mijn moment of glory kwam gezwind een eind toen het apparaat in plaats van een elektronisch toegangsbewijs, een melding produceerde: gelieve de app te installeren. Kut. En: “geen wifi-netwerk gedetecteerd”. Nogmaals kut.

Ik stond tenminste tien minuten vloekend met het ding te hannesen – waar heb je een wifi-netwerk voor nodig, driewerf-kutding? – , tot de gastheer me, ongeduldig geworden, naar de ticketbalie verwees, waar de kaartjes (o, wonder) gereed lagen.

Het concert was inmiddels al tien minuten bezig, dus we werden verordonneerd om in de wachtruimte plaats te nemen, tot de tweede helft zou beginnen. Nooit te beroerd om vooroordelen te bevestigen, reageerde ik ontzet: “Maar ze kunnen toch gewoon opnieuw beginnen!?” Het kwam me te staan op een meewarige blik (van hem) en een ellenboog in mijn ribben (van haar).

We kregen nauwgezette instructies, op een toon die doorgaans aan cerebraal minder bedeelden is voorbehouden. De gastheer wilde er zeker van zijn dat we het begrepen.

Onze zitplaatsen, nu droevig leeg, bevonden zich schuin achter het orkest. Dat betekende dat we dezelfde ingang tot de orkestzaal moesten gebruiken als de dirigent.

Die ingang bevond zich boven, halverwege de korte gang. Dus: wachten tot de muziek is gestopt en de dirigent naar buiten is gekomen, dan snel en zo onopvallend mogelijk naar binnen glippen, voor de dirigent van het tweede deel uit. Gesnopen? Nog steeds in mijn rol keek ik hem niet-begrijpend aan en liet hem het nog drie keer uitleggen.

Toen de man er min of meer zeker van was dat we het snapten, of ons in ieder geval met een schietgebedje liet gaan, beklommen we de trap naar boven. We vonden de korte gang en de ingang tot de grote zaal en wachtten braaf tot de dirigent naar buiten was gekomen.

Er kwam een verrassend jong mannetje met een wufte kuif en een stokje in zijn hand naar buiten gedarteld. Na een korte inventarisatie van zijn verschijning, concludeerde ik dat het jongetje nog niet zo lang geleden op het schoolplein regelmatig in elkaar moest zijn getrapt. Ik wierp hem een meelevende blik toe en repte me met mijn vrouw in mijn kielzog naar binnen.

Van een snelle en onopvallende glip was geen sprake. De lichtman moet hebben gedacht dat de tweede dirigent onverwacht vroeg de trap af kwam lopen, want hij gaf een woeste snok aan de schijnwerper en zette mij en mijn verbouwereerde vrouw vol in het licht. Terwijl zij zich achter mij onzichtbaar probeerde te maken, gaf ik geen krimp en wuifde vriendelijk en breed grijnzend naar het publiek. Een aantal mensen begonnen aarzelend te applaudisseren. Het applaus, dat toch al niet indrukwekkend begon, ebde schielijk weg toen de lichtman zijn vergissing inzag en de schijnwerper wegdraaide.

Mijn tot op het bot gegeneerde lief en ik vonden onze stoelen. De echte dirigent, een kloon van de eerste, zweefde lichtvoetig de trap af onder een ongebruikelijk luid applaus en zelfs wat gejoel van het geamuseerde publiek. Hij snapte die ophef niet helemaal, maar gaf geen krimp.

Bewonderenswaardig.

Na de nodige plichtplegingen tussen dirigent, orkest en publiek (buiginkje hier, buiginkje daar, genereus armgebaar naar orkest, nog eens een buiging, applaus) zwaaide de dirigent met zijn stokje: het startsignaal.

Het is me tot op de dag vandaag onduidelijk wat die pias daar nu eindelijk stond te doen. Hij gaf een leuk showtje weg, met zo af en toe zelfs een danspasje, maar ik heb geen enkel orkestlid erop kunnen betrappen hem ook maar één blik waardig te gunnen.

Toen het stuk tot een oorverdovend crescendo escaleerde, maakte hij zulke bokkensprongen dat ik even dacht (hoopte) dat ie van het podium af zou lazeren. Nog altijd ongezien door de overige leden van het orkest.

Gedurende de rest van de voorstelling heb ik de lay-out van het orkest bestudeerd. Het viel me op dat alle leden redelijk symmetrisch waren opgesteld. Twaalf violisten links, twaalf violisten rechts en ook de koperblazers waren keurig gedistribueerd.

In het midden achteraan zat een man, die af en toe met een reuzen-wattenstaaf een ram op een drum gaf. Ik vroeg me af wat die verdiende, en of dat ook iets voor mij zou kunnen zijn. Het zag er niet al te moeilijk uit, net als dirigeren.

De symmetrie werd verbroken door vier hele grote violen die ergens in hetzelfde hoekje op een kluitje weg waren gestopt. Waarom niet twee aan de linker- en twee aan de rechterkant? En kunnen die luiwammesen die dingen niet net als iedereen op hun schouder leggen, in plaats van ze zo gemakzuchtig tussen hun benen op het toneel te planten? Ik nam me voor om er na de voorstelling wat over te zeggen tegen de dirigent.

Het was al met al een mooi mopje muziek. Geen Johnny Gold, maar een aardige poging niettemin. Terwijl ik na de voorstelling nippend van een kopje koffie (bij de prijs inbegrepen) met een verbijsterde dirigent mijn rake observaties deelde, kwam de wat neerbuigende lakei die ons had ontvangen nog vragen wat we ervan hadden gevonden.

“Prachtig, we komen zeker nog een keer terug!”

Wat hij en de dirigent daarvan vonden, lieten ze wijselijk in het midden. De blik van verstandhouding tussen die twee ontging me niet. Ik nam me ter plekke voor om me, de volgende keer als ik me in zo’n deftig gezelschap bevind, hardop af te vragen of Bach z’n “Concert voor drie violen in D-mineur (BWV 1063R)” niet beter in A-majeur voor twee elektrische gitaren had kunnen schrijven. Gewoon, omdat het kan.

FacebookXLinkedIn
« Een ontmoeting met echte vrouwen
De travestie van de 75e Golden Globe Award »

Het beste van Hoe Mannen Denken

Elke week in je mailbox!

Lees ook

  • Zonnestraal

    Nadat ik een kwartiertje doelloos door de stad had gestruind zag ik haar zitten: op het terras van een café ietwat bezijden de grachtengordel. Ze was verdiept in een boek, een roman, zo schatte ik in aan de hand van het omslag. Iets in mij zei me dat ik halt moest houden.

  • pink floyd

    The Dark Side of Pink Floyd

    Precies 50 jaar geleden kwam The Dark Side of the Moon van Pink Floyd uit. Een legendarisch album dat bij velen in de kast staat. 

  • Nog één keer excuses maken zou niet misstaan

    Nederland, het land van kaas en boter. Vooral veel boter, op het hoofd. Ons slavernijverleden komt deze dagen op een niet te missen manier in beeld. Er worden -terecht naar mijn mening- excuses gemaakt aan de nabestaanden van de als slaaf gedeporteerde mensen. Afgezien van de discussie die er gevoerd wordt omtrent eventuele financiële compensatie […]

  • De cynicus

    Aan de randen van het gebeuren roert de onderbuik van ’t land zich. Zij die bewapend zijn met het soort spandoeken waaruit een zekere mate van paranoia en een opvallend kortdurende schoolgang te distilleren valt.

  • De Verlaten Man (361) – Barbecueën voor beginners

    Ik heb een pesthekel aan barbecueën. Dat druist namelijk tegen al mijn gezonde, geciviliseerde mensenverstand in. Waarom zou je nog op kolen koken als je het ook op een inductieplaat kunt doen?

  • campert

    Remco in mei

    Het is een taal, een manier van door het leven laveren, die niet kwetst, niet schrijnt. Het is de melancholie die nog juist draaglijk is, verlicht door de relativeringen waarvan zijn persoonlijkheid en oeuvre doordrenkt zijn.

Kees de Vreugd

Boze, witte man met lede ogen.
Schaamt zich soms, omdat hij zich nergens voor schaamt.
Voormalig zeeman, met de zee nooit helemaal uit de benen verdwenen.
Huisdieren: twee straatschooiers uit Spanje en Roemenië. Laima is de alfa-bitch en Vito is te dom om te begrijpen wat dat voor hem betekent. Een mooie afspiegeling van hoe de baasjes zich tot elkaar verhouden.
Voorts huisgenoot van een imaginaire albino-parkiet, waarmee de zwaarwichtige zaken des levens besproken worden.

Geboortedatum
25-01-1972
Geboorteplaats
Breda
Burgerlijke staat
Getrouwd
Levensmotto
Maak je niet druk.
Winkel
www.uithetzuiden.nl

Alle artikelen van Kees de Vreugd

Reacties

  • Jan Admiraal op Twee soorten burgers
  • Henk op Links en rechts
  • Niek op Links en rechts
  • Niek op Wij gen X’ers: eindbazen en -bazinnen!
  • Niek op Riders on the Storm

Recent:

  • McDD – Broer en zus dag!
  • Paddenstoel
  • Twee soorten burgers
  • Pussy-magneet
  • Uncle Lou
  • Afscheid van de collega’s
  • Slimmer straffen
  • Elke dag gaat het sneller
  • Feestje
  • “U spreekt mij aan op mijn vrouwzijn!”

Bezoek ook eens:

  • Hoe Vrouwen Denken
  • Hoe Ouderen Denken
  • Hoe Kinderen Denken
  • Hoe Gehandicapten Denken
  • Hoe Dieren Denken

Rubrieken

  • Home
  • Mailinglijst
  • Adverteren
  • Over ons
  • Contact