
Bron: Pixabay.com
Als er een circuit bestond voor kruipende dreumesen, compleet met pitstop en tijdwaarneming. dan zou onze kleine man ongetwijfeld aan het eind van de race met de fles opvolgmelk mogen schudden. Wat een snelheid ontwikkelde hij op zijn hoogtepunt. Door een steeds verhardende eeltlaag zijn de knieën ongevoelig geworden voor de aard van vloerbedekking of wegdek en heeft hij deze eerste fase van het menselijk voortbewegen tot ware kunst verheven.
Maar nu heeft hij een nieuwe truc ontdekt. Met de wiegelende gang van een zombie uit Dawn of the Dead, waarbij zijn benen iets uit het lood staan om extra grip op de zwaartekracht te krijgen, komt hij met een trotse lach op alle uitgestoken armen af. Tuk op de ontroerde en bewonderende kreten van alle liefhebbende aanwezigen; “Goed zo jongen, knap van jou!”
Lopen brengt hem nog dichter bij de grote mensenwereld. Wij als toeschouwers voelen de universele waarde van deze nieuwe fase en laten hem alweer een stukje los.
Maar belangrijker voor hem is de toename van zijn uitzicht. Tachtig centimeter betekent tafeltjes met interessante spullen, over de rand van het aanrecht naar de pannen kijken, kastjes openduwen, op liftknopjes drukken, en de wc-rol tot het laatste velletje door de kamer rollen.
En straks is het opletten geblazen, er achteraan, ho, niet zo hard, kijk uit, hier komen, blijven staan!
Hou hem maar eens tegen. Dat is nog nooit iemand gelukt.