Het geloof in de maakbare maatschappij is hardnekkig. Karl Marx, de grondlegger van het communisme, geloofde zelfs dat de loop van de geschiedenis vastlag en zou leiden tot de communistische heilstaat.
Een heilstaat die gerealiseerd werd in het onderontwikkelde Rusland van begin 20e eeuw en niet in het geïndustrialiseerde Duitsland of Groot-Brittannië, zoals Marx dacht. In die heilstaat bepaalde de overheid alles; wat er geproduceerd werd, hoeveel en waar. Nog steeds zijn er mensen die denken dat het inderdaad een heilstaat was, ondanks lege schappen in de winkels en het feit dat wat er lag, niet bepaald van topkwaliteit was. In de wereld van Stalin, Chroesjtsjov en Brezjnev had iedereen werk.
Werkloosheid was er wel degelijk, al wezen de officiële statistieken anders uit. Je kunt je afvragen of het in onze vrije, kapitalistische wereld van nu werkelijk anders is. Iedereen die wel eens in een kantoor gewerkt heeft, weet wel beter.
Iemand die nog steeds lijkt te geloven in de maakbaarheid van de maatschappij, is Rob(ot) Jetten van D66. Hij wil een halt toeroepen aan het opkopen van woningen door investeerders. In steden waar de huizenprijzen de pan uitrijzen, moet volgens Jetten ingegrepen worden. Dit om te voorkomen dat huizen niet gekocht worden om erin te wonen, maar om te verhuren. Zo wordt de huizenmarkt kapot gemaakt, vindt Jetten.
Het opmerkelijke is dat Jetten dus de vrijemarktwerking wil beperken, iets waar zijn partij een groot voorstander is. D66 was ook voorvechter van het referendum, dat nu van de baan is. Het kan verkeren.
Het is het eeuwige dilemma van de democratie. Aan de ene kant wil je iedereen zoveel mogelijk vrijheid geven, aan de andere kant wil je misbruik van die vrijheid zoveel mogelijk beperken. De juiste balans vinden, is niet eenvoudig.
De vraag is of het plan van Jetten, dat nog verder uitgewerkt moet worden, zal werken. Hebzucht en machtswellust kennen nu eenmaal geen grenzen. Hoe houden we de Rupsjes Nooitgenoeg in bedwang?
Kijk maar eens hoeveel de grijpgrage bankmanagers geleerd hebben van hun eigen fouten, die leidden tot de crisis van 2008. Na gered te zijn – met dank aan onze belastingcenten – wisten ze niet hoe snel ze zichzelf moesten verrijken toen het weer wat beter ging.
Of er nu wel of niet wetgeving is om dit soort misbruik te voorkomen, als het de moeite loont (lees: als er genoeg te halen valt) vinden de rupsjes wel een maas in de wet. Als die maas gedicht is met andere wetgeving, vinden ze een andere maas. Of maken er één, met behulp van vriendje Rutte. U weet wel, die van de breekbare vaas.
Valt er dan niets aan te doen? Zijn we overgeleverd aan de willekeur van de marktwerking? Is het niet beter te proberen de maatschappij te máken?
Ik vrees van niet. Ik vrees dat er altijd mensen zullen zijn die de leegte in hun leven of hun gebrek aan eigenwaarde willen opvullen met geld en/of macht. Die lak hebben aan het belang of de mening van anderen, als hen dat niet uitkomt. En als ze er weg mee kunnen komen.
Dat is nog geen reden om dan maar niets te doen. Al kun je misbruik niet voorkomen, je kunt het in elk geval beperken. Als er nergens flitspalen e.d. zouden staan, hield niemand zich aan de maximumsnelheid. Dan zou het pas echt chaos worden in het verkeer.
Rob, doe ons allemaal een plezier. Dat je de uitwassen probeert in te perken, is prima. Maar doe alsjeblieft niet alsof de maatschappij maakbaar is. Ze is hooguit lichtelijk beïnvloedbaar, meer niet.






