
Bron: Morguefile.com
Ik ben gek op douchen. Lang en heet. Met mijzelf. En met mijn arsenaal aan dure douchegels. Noem het een stoornis. Ik vind het gewoon lekker.
Mijn omgeving weet hier natuurlijk van, dus met mijn verjaardag krijg ik steevast van alle dames én heren de meest exclusieve douchecrèmes en -gels cadeau, zodat ik weer een jaar verder kan. Het mag wat onmannelijk klinken, maar: kom niet aan mijn collectie douchegels.
Een maand of wat geleden was ik dan ook zeer ontdaan, toen ik Simone betrapte bij een wel heel onfijne en onheilige actie. Ze zat op de rand van de badkuip en was uitgebreid haar vieze vuile voeten aan het wassen. En wel met een van mijn meest exclusieve, favoriete gels, gekregen van een van mijn meest lekkere, favoriete vriendinnen. Ik viel zowat flauw.
Doch ik raapte mijzelf op, telde tot tien (en twintig), liep gedecideerd naar binnen (“Pap! Niet!! Kun je niet zien dat ik hier bezig ben?!”) en rukte mijn kostbaarheid uit haar handen.
“Ik zie dat jij bezig bent, ja! Maar wáár ben jij mee bezig?! Dat. Is. Van. MIJ! Dat is hartstikke duur spul! En daar was JIJ je voeten mee? Ben jij wel helemaal goed snik?”
“Ja hoor. Ben ik. Die ruikt gewoon lekker. Jemig pap, het is maar douchegel? Pfff.”
“Nee, het is NIET máár douchegel. Dat is MIJN douchegel! Heb IK gekregen.”
“Dat had je al gezegd. Nu weet ik het wel. Mag ik nou verder gaan met voeten wassen?”
“Nee.”
Ik klemde mijn bus onder de arm en stampte weg.
Enfin, na een paar maanden was ik het hele – uitermate traumatiserende – incident alweer zo goed als vergeten; de tijd heelt immers alle wonden, ook de psychische. Simone bleef netjes overal af. En Nick doucht sowieso zo goed als nooit vrijwillig, dus van hem had ik weinig te vrezen.
Toch verdacht ik Simone stiekem ervan, af en toe een van mijn gels te gebruiken (ze is evident gek op mannengeuren), maar van je kinderen moet je nu eenmaal bepaalde zaken leren accepteren. Het leven was in ieder geval weer verregaand in orde.
Tot eergisteren.
Ik verwen en ontspan mij in de douche. En dan vang ik een glimp op van háár douchegel. Zo’n peperdure schuimspuitbus van Rituals die ze van haar moeder gekregen heeft. Het ding stond altijd op het plateautje in de douchekabine, maar nu staat hij ineens op het kastje naast de wasbak; slinks verstopt achter de andere toiletmeuk. Mijn ergernis schuimt omhoog; ze gebruikt wel míjn gels, maar haar éígen sjieke bussen verstopt ze nu ineens! De hypocriete dievegge.
Als ik mij schuimbekkend sta af te drogen, loopt Nick de badkamer in. Getergd brom ik wat over “iedereen moet gofferdegoffer van mijn spullen afblijven” en “alle pubers zijn geniepige egoïsten”.
“Goh, heb je een probleem, pa? Gooi ’t eruit! Krop het vooral niet op!” Het sarcasme druipt er vanaf. Met enige trots constateer ik dat dát deel van mijn opvoeding tenminste wel gelukt is.
“Ja. Ik heb een probleem.” Ik schilder hem mijn ergernissen over het issue met Simone’s heimelijke douchegeljatterij en haar eigen verstopte bus gel.
“Oh… Nou, eh, pap… Voorbarige conclusies trekken is altijd min één, ja? Ik heb die spuitbus van haar daar neergezet. In de douche stond hij in de weg, want hij blokkeerde al jouw flessen en potjes. En dan kan ik daar niet blindelings bij, zonder van alles om te gooien.”
“Ik dacht dat jij niet van douchen hield!” roep ik, te verbijsterd over het feit dat hij de boosdoener is en niet mijn lieftallige dochter.
“Jawel hoor. Met jóúw spullen wel.” En weg is hij.
Vanuit de douche kijk ik hem verbouwereerd na.
Ik wil een douchegelkluis.





