Hoe Mannen Denken...

Van ons, voor jullie...

  • Home
  • Archief
  • Over ons
  • Adverteren
  • Contact
« Geen accu gereedschap? Heb je een dikke balk voor je kop?
De idioterie regeert (40) – Lerarenstaking »

Bezinning in Auschwitz

28-01-2020 door Marcel Strooband

Fotobron: pixabay.com

Ik was van de lichting ’91-4, toen ik in juli 1991 mijn militaire dienstplicht ging vervullen. Vreselijk vond ik dat. Fysiek en mentaal was ik totaal niet ingesteld op de autoriteiten, die dit verplichte jaar ‘weg uit de maatschappij’ mij zouden brengen. Maar ja, ik was nu eenmaal op onbegrijpelijke wijze goedgekeurd. Een verschrikkelijke tijd stond me te wachten. Een man zou ik er niet worden, maar toch heb ik er wel degelijk iets van geleerd. Iets waardevols dat ik tot de dag van vandaag bij me draag.

Bezinningsreis

Mijn dienstplicht zat er al voor een aardig deel op, toen de pastor van onze kazerne met iets bijzonders kwam. Jaarlijks kon je, als al dan niet gelovige soldaat, voor een mooi prijsje een week mee op reis. Op bezinningsreis wel te verstaan. Het klonk alsof je meteen bekeerd zou worden en niet als een man, maar als monnik zou afzwaaien, maar niets was minder waar. Het ging om een trip naar Tsjechië, Polen en Berlijn. Te beginnen in Theresienstadt, in een model-concentratiekamp, ooit door de nazi’s bedoeld om het Rode Kruis te bedotten. Het kamp leek redelijk menselijk voor de buitenwereld, maar wat er achter de schermen gebeurde, daar kan men zich wel het een en ander bij voorstellen. Behoorlijk indrukwekkend, dat was het wel.

Nadat de medesoldaten en ik Praag en Poznan (in Polen) onveilig hadden gemaakt, kwam het meest heftige deel van onze reis. Een hoogtepunt van onze trip, dat het dieptepunt der onmenselijkheid was: Auschwitz. Niemand die bij het horen dit woord geen koude rillingen over de rug voelt. Mits er geen zieke geest in je ronddoolt, uiteraard. Auschwitz. Deze week 75 jaar geleden bevrijd. Beelden die bij een ieder op het netvlies staan gebrand.

Koude haat

Fotobron: Pixabay.com

De bus stopte tegenover de alombekende poort. Daar waar voor menigeen de laatste treinreis eindigde in de dood. Hoe gek ook, mijn jonge twintigjarige hart ging als een bezeten tekeer, ook al troostte mij de gedachte dat ik de bus waar ik zojuist uitstapte, weldra weer zou mogen betreden. Als groepje soldaten in burger plus wat hogere rangen liepen we de poort door. Een Duitstalige gids begeleidde ons. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik Engels verwacht had, want Duits was nu niet bepaald de eerste taal die ik hier meende te moeten horen. Hoewel ik meestal snel afgeleid ben, bleef ik gefascineerd luisteren naar de gruwelijke verhalen. Die gaan elk weldenkend mens ver te boven.

Hoe ziek moet je zijn? Hoe groot is je haat? Als je in staat bent om mannen, vrouwen, kinderen – allen zo weerloos, allen zo kwetsbaar – te vernederen, te mishandelen, te vermoorden; ze simpelweg gewoon te vernietigen? Dan moet je haat welhaast kouder zijn dan een bevroren hel. Dat je geen ‘nee’ tegen je superieuren zegt, niet eens omdat je niet durft, maar omdat je het voor de volle honderd procent met ze eens bent. Dat je als vader lief voor je kinderen bent, ze opvoedt als rechtschapen mensen en je je vrouw behaagt, maar ondertussen bevel geeft een knop om te zetten die zorgt voor angstig geschreeuw met de dood tot gevolg. Vrouwen, kinderen, ouderen, gehandicapten, niets en niemand werd ontzien om het eigen volk puur te houden, want zo is ons dat opgedragen en zo is de mensheid bedoeld. Haat. Koude haat.

Zon

Fotobron: Pixabay.com

De zon scheen in Auschwitz. We liepen door het kamp en ik bleef maar kijken. Het voelde allemaal zo apocalyptisch. Zo onwerkelijk, zo niet echt gebeurd. Maar toch voelde je de aanwezigheid van al dat leed. Al die dood en verderf op dat veld met barakken en wat gebouwen. Arbeit macht Frei. Het prikkeldraad en de hekken vormden een scheidslijn tussen vrijheid en massamoord. De gebouwen stonden daar maar, in een warm voorzomers zonnetje. Vredig. Ook de gaskamers en de verbrandingsovens. Het gras stond best hoog en was erg groen ook. En als ik verder keek, zag ik akkers. Akkers waar destijds boeren ook gewoon hun gewassen lieten groeien. Ondanks de vele zwarte rook en stank uit het Lager. Opdat zij het niet geweten zouden hebben. Het leven gaat immers gewoon verder.

Middenin het kamp ligt een meer. Eigenlijk is het niet meer dan een flinke plas, het mag geen naam hebben. Ik staarde in het donkere water. Het rimpelde niet eens toen er een blaadje van een nabijgelegen boom in viel. Een strakke massa van water. In dit watertje, dit vermaledijde meer, liggen de resten van tienduizenden mensen. Vergast, vermoord, verbrand in ovens waarin je net een paar broden kunt bakken. En hier dan het meer des doods. Des duivels drinkbak. Ik kreeg mijn ogen er niet vanaf, de gedachte van al dat leed, weggestopt in een onbeduidend plasje water. En het zonnetje scheen onschuldig op mijn hoofd. Mijn nek verbrandde, maar het deerde me niet. Er waren ergere dingen in de wereld.

Nooit meer

‘Nooit meer’; hoe vaak hebben we dat zinnetje niet horen voorbij komen? Zinloos, woordenloos, nutteloos. Want het gebeurt nog altijd. Vervolging, moord, oorlog, uitbuiting. Waar ook ter wereld, het spook van de haat is alom aanwezig. We betraden een pand. Een grote ruimte met glazen vitrines. Alsof de barakken, de gaskamers alsmede het meertje niet genoeg ellende weerspiegeld hadden, kwam nu de grande finale. Het was er donker. Druk ook. Maar stil! Zo stil had ik het nog nooit gehoord. Waar ik buiten vogels hoorde fluiten, heerste hier de ware sound of silence. Geen geroezemoes, geen pratende lieden, niets. Stilte. Bezinning wellicht.

Ik keek naar de vitrines. Achter grote glazen ruiten lag het complete verhaal van Auschwitz middels objecten uitgestald. Ik stond voor mijn gevoel een half uur te staren naar de vitrine met koffers. Duizenden koffers. En op elke koffer een naam en geboortedatum. Elf jaar. Veertien jaar. Achtentwintig jaar, vijfenzeventig jaar. Aaron, Anne, Bettie, Carl en ga zo maar door. Alles wat deze mensen nog hadden, ik keek er door het glas naar.

Een vitrine verder lagen duizenden, zo niet tienduizenden schoenen. Paren kon ik er niet ontwaren. Gewoon een berg schoenen, achteloos weggegooid. Verderop de kunstgebitten, hulpmiddelen en brillen. Zoveel, ik werd er bang van. Maar dat wat mij echt de stuipen op het lijf joeg, was de laatste vitrine. Een berg haar. Een enorme berg haar. Het was voor mij niet voor te stellen hoeveel mensen hiervoor bruut waren geschoren om een dergelijke massa haar te verkrijgen. Nooit meer. Nooit meer.

Thuis

Ik heb jarenlang iets bij me gedragen. Alsof een verloren ziel die dag in Auschwitz mij om de nek is gesprongen en me niet meer heeft losgelaten. Ik droomde van honden onder mijn bed. Als ik in de douche stond, kreeg ik het benauwd. Soms sprong ik eronder vandaan omdat ik dacht dat ik zou stikken. Ik zag dingen. Echt, ik zag dingen. Ook als ik aan het koken was, dan werd ik eng van de walm en zag ik iemand voor me staan. Mager, vragend, smekend, maar zielloos. Het werd minder met de jaren, dat wel. De boodschap was me altijd wel al duidelijk, maar Auschwitz heeft mijn leven veranderd. Ook al was ik slechts bezoeker. Ook al was ik gelukkig slechts bezoeker.

Opdat we nimmer vergeten. Nooit meer. Nooit. Meer.

FacebookXLinkedIn
« Geen accu gereedschap? Heb je een dikke balk voor je kop?
De idioterie regeert (40) – Lerarenstaking »

Het beste van Hoe Mannen Denken

Elke week in je mailbox!

Lees ook

  • McDD Autisme HMD

    McDD – Broer en zus dag!

    Zoon -gediagnosticeerd met McDD- en Dochter hebben een moeizame relatie. In het verleden is er veel gebeurd, toen we nog niet precies wisten wat er nu precies met Zoon aan de hand was.

  • Klein handje

    Elke dag gaat het sneller

    Elke keer als je in mijn nek springt, hoor ik een chiropractor lachen. Nog even en ik het lukt me niet meer jou en je zusje tegelijk te dragen. Jullie worden groter en ik word ouder. Versnelling lijkt de enige constante. 

  • avondklok

    Met de trein (6)

    De raadsels waar je medereizigers zich in hullen. Neem dat meisje van een jaar of 16 met dat sluike vettige haar in een lubberende legging en vale blauw witte gymschoenen.

  • avondklok

    Met de trein (5)

    Van het groepje dat een tweetal banken rechts voor me zit, is alleen de man op de hoek voor mij te zien. Hij wordt, aan het gesprek te horen, vergezeld door drie vrouwen.

  • avondklok

    Met de trein (4)

    Waar ik in de trein nog wel even aan moet wennen zijn de andere reizigers. De man die rechts tegenover me plaatsnam, leek sprekend op een jonge Donald Sutherland. Dezelfde lichtblauwe priemende ogen, dunne lippen en een kort grijs baardje.

  • avondklok

    Met de trein (3)

    ‘Ze vergelijkt haar relatie met een klok’, vervolgt ze. ‘Als zij op de 12 staat en haar vriend op 6 dan zijn ze op hetzelfde moment het verst van elkaar verwijderd maar ook dichterbij dan ooit.’

Marcel Strooband

Marcel Strooband. Veertiger. Bedrijfslijer HoeGehandicaptenDenken. Werknemer bij zijn vrouw, dus slaapt met zijn baas. Beroepsouwehoer, mekkeraar, chagrijn. Houdt van gevoel voor humor en hobby's. Zet zich in voor de zwakkeren (vies woord) in de maatschappij. Kan ontroeren, maar ook schoppen. Incasseren en uitdelen. Maar bovenal staat de Mens voorop, ongeacht achtergrond, geloof, voorkeur, kleur, smaak et cetera. Heb aan iedereen de pest.
Metalhead, Jack Daniels, leuke uitjes zoals naar Down Under of iets anders simpels.

Geboortedatum
Iets met een stal, een ster en drie wijzen
Geboorteplaats
Niet hier
Burgerlijke staat
Getrouwd met Marloes
Levensmotto
Een beperking zit niet in wat je niet kan, maar in wat je niet doet.
Twitter
@marcelstrooband

Alle artikelen van Marcel Strooband

Reacties

  1. Cees Oosterom zegt

    31-01-2020 om 15:25

    Indrukwekkend!

Reacties

  • Jan Admiraal op Twee soorten burgers
  • Henk op Links en rechts
  • Niek op Links en rechts
  • Niek op Wij gen X’ers: eindbazen en -bazinnen!
  • Niek op Riders on the Storm

Recent:

  • McDD – Broer en zus dag!
  • Paddenstoel
  • Twee soorten burgers
  • Pussy-magneet
  • Uncle Lou
  • Afscheid van de collega’s
  • Slimmer straffen
  • Elke dag gaat het sneller
  • Feestje
  • “U spreekt mij aan op mijn vrouwzijn!”

Bezoek ook eens:

  • Hoe Vrouwen Denken
  • Hoe Ouderen Denken
  • Hoe Kinderen Denken
  • Hoe Gehandicapten Denken
  • Hoe Dieren Denken

Rubrieken

  • Home
  • Mailinglijst
  • Adverteren
  • Over ons
  • Contact