Zoon, gediagnosticeerd met McDD, vertoont obsessief gedrag. Neem als voorbeeld zijn voornemen om de Python van de Efteling te bedwingen.
Zoon heeft al sinds 2 januari in zijn hoofd zitten dat hij in de Python gaat. Deze obsessie sluit naadloos aan op zijn obsessie voor vuurwerk. Maar wij als ouders kunnen ons nog heel goed ons vorige bezoek herinneren, toen hij in De Vliegende Hollander wilde. De strijd die we toen voerden kan je hier terug lezen.
Het obsessieve gedrag van Zoon uit zich in eerste instantie in het dagelijks bekijken van YouTube filmpjes over de Python. Hij leert het liedje uit zijn hoofd en hij begint met gespannen blik ons te melden dat hij die achtbaan gaat overwinnen.
Vanaf de maand maart praat hij elke dag over de Python. Tijdens het avondeten kletst Zoon er stoer over. Dat hij het spannend vindt, maar wel léuk spannend. En dat hij het echt gaat durven. Niet zoals vorig jaar, toen hij De Vliegende Hollander eigenlijk niet durfde.
Vanaf april wordt het daadwerkelijk obsessief. Elk gesprek komt uit op de Python. Als ik zeg dat ik heel erg geschrokken ben van iemand die mij in de file afsneed reageert Zoon dat het vast niet zo eng is als de Python. Als ik zin heb in cake vindt Zoon dat hij cake verdient, nadat hij in de Python is geweest en als ik vertel over een oud-collega die is overleden denkt Zoon dat hij in de Python ook duizend doden zal sterven.
Rond juni komt daar het zingen van het liedje bij, de minutieuze omschrijving van elke bocht, zijn voorgenomen manier van in de wachtrij staan en zijn plan van aanpak. En wij, als ouders, kunnen alleen maar hopen dat Zoon daadwerkelijk de Python in durft. Want als hij niet instapt heeft het hele gezin een vervelende dag in de Efteling.
We gingen naar het park, op een zomerse maandag. Als eerste renden we naar de wachtrij van die vermaledijde Python. Zoon kletste stoere praat terwijl hij trilde van de zenuwen. Hij huppelde, zong mee met de muziek, legde nogmaals uit hoe de rit zou verlopen en voordat hij er erg in had deed hij zelf de veiligheidsbeugel naar beneden.
“OH God, wat heb ik gedaan,” fluisterde hij tientallen keren, in een voortdurende mantra. Maar Zoon kon niet meer terug. De karretjes gierden naar voren toe en een kleine minuut later mocht hij uitstappen.
Die dag zijn we nog een keer in de python geweest, en in De Vliegende Hollander, en in Vogel Rok. Zoon durfde zelfs in Joris en de Draak. We hadden een fan-tas-tische dag.
In de auto, op weg naar huis sprak Zoon de legendarische woorden; “Volgend jaar durf ik denk ik wel in De Baron, papa!”
Meer blogs over McDD vind je hier.





