
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
We hebben het achter de rug hoor, die eerste proefles. Het was, zoals verwacht, een ramp. Op zijn enorme profielgympen stapte hij slechtgehumeurd in de lesauto, om meteen te merken dat dermate dikke zolen niet handig zijn.
“Had je niet even kunnen zeggen dat ik gewone gympies aan had moeten doen? Ik bleef steeds achter de rem hangen!”
Denk zelf eens na, jongen. Waarom moet ik dat nog steeds voor je doen?
Nick raast maar door. “En dat mens zei wel vijf keer dat ik twee handen aan het stuur moest houden! Maar dat kan toch niet als ik continu moet schakelen? Hoe moet ik dat pookje dan duwen? Met mijn neus? Oh, en het góót, hè! Echt, ik zag niks. En ik kon de ruitenwisserknop niet vinden, ik deed de hele tijd ‘t knipperlicht aan. En trouwens, dan heb je óók maar een hand aan het stuur. En maar gillen. Schakelen: ‘Twee handen aan ‘t stuur!’ Knipperlicht aan, gaat ze weer: ‘Twee handen aan het stuur!’ Echt, die lui weten niet wat ze willen.”
Happend naar praat-adem en briesend van frustratie slaat hij zijn armen over elkaar en staart naar buiten. Het valt me nog mee dat hij tot nu toe geen waardeoordeel heeft afgegeven over het feit dat hij zijn eerste auto-ervaring met behulp van een “oud, lillik vrouwmens” moest opdoen. Want zijn opvatting dat vrouwen per definitie niet kunnen rijden – en dus al helemáál niet kunnen lesgeven – is een standvastige. Maar hij is er nu in ieder geval wel achter dat gefrustreerde puberjongetjes het óók niet kunnen.
En dan te bedenken dat hij enkel nog maar een beetje op het proefcircuit van de rijschool heeft rondgereden. Algehele conclusie: duidelijk géén “vlotte leerling”. Ik ga nu zelfs maar uit van een onervaren en vooral zéér onwillige leerling. Die goedkopere tiendaagse zomerspoedcursus kan ik wel op mijn buik schrijven. Dat worden minstens vijftig rijlessen. En die zijn niet in twee weken te proppen.
Dan maar de hele zomervakantie – en misschien wel meer – eraan spenderen. Op vakantie gaan we toch al niet; dan heb ik mooi een alternatief goed doel voor al dat nutteloze vakantiegeld (dat ik niet heb). Hopelijk is er tegen de tijd dat Simone voor haar rijbewijs gaat, weer iets als Corona.
Ik reken even. Dit gaat best wel een duur grapje worden. Minstens één herexamen incalculerende, kom ik op een totaalplaatje van zo’n drie- tot vierduizend euro. Hatseflats! Daar zou ik een nieuwe oude auto voor kunnen kopen. Die Volvo van mij loopt immers ook op z’n laatste benen.
Nick is weer op adem gekomen. “Pap…,” begint hij voorzichtig, “kan ik niet gewoon afrijden in een automaat? Dan kan ik die handen tenminste gewoon aan het stuur houden. Een automaat is echt veel veiliger. En schakelen is voor ouwe mensen die pochen over ‘sportief rijden’. Ik vind het totaal niet sportief. Schakelen is levensgevaarlijk. Juist in de bocht moet je je toch op het sturen en op de weg kunnen concentreren, zonder dat je met je ene hand ergens nog rechts van je moet gaan zitten hannesen?”
Ergens snap ik zijn punt wel, maar het idee dat hij dan nooit in een schakelbak kan rijden, vind ik uitermate beperkend. Als je kunt schakelen, kun je ook “automaten”. Andersom niet. En autorijles in een automaat is ook nog eens duurder. Aan de andere kant: ék kan dan straks wel mooi mijn Volvo (automaat) aan hem kwijt. Die kan dan prima als in-de-prak-rijd-auto dienst doen voor hem. Maar dat doet er natuurlijk niet toe.
“De rijschoolmevrouw zei ook dat het een heel goed idee was, ik in een automaat. Ik ging toch wel wat te snel door de bochten, vond ze. Maar da’s alleen maar logisch. Ik was druk bezig met terugschakelen. Want ze roept de godganse tijd dat je éérst op de motor moet remmen. Dus dat deed ik netjes. Terwijl ik nog niet eens kan schakelen met twee handen aan het stuur. Maar goed, dan ben je dus wat sneller dan als je gewoon remt, want ze zegt er natuurlijk niet bij hoe láng je op die motor moet remmen. Toch?”
Nick zoekt bevestiging. Die ik hem niet kan geven. Ik herinner me meteen mijn eerste ritje met mijn moeder, met vers rijbewijs op zak. Op een landweggetje vlogen we bijna uit de bocht; inschattingsfoutje. Mijn moeder bleef verbazingwekkend rustig. Het enige wat ze zei, was: “Dat was íéts te snel, Denis. Volgende bocht wat eerder minderen.”
Minderen, ja. Misschien moeten we het daar maar op houden. Minder schakel-ellende maakt minder rijlessen en flink minder frustratie. Voor een beetje méér geld. Ik zucht en geef het op. Automaat it is. Anders wordt het nooit wat.


