
Fotobron: Pixabay.com
Het huis van mijn hoogbegaafde buurman oom Jort stinkt als een omgewoelde stortplaats voor varkenskadavers. Uren probeerden wij het te fiksen. Geen schijn van kans dat dat lukte, dus belde oom Jort een uur geleden de loodgieter.
En terwijl wij zuchtend en steunend onze handen wassen, gaat de bel. Oom Jort doet open: “Laat mij raden,” zegt hij. “Een Jehova’s getuige die de religieuze kledingcode niet helemaal serieus neemt? Uw schooltas ontbreekt en uw schoenen zijn te slap om tussen een deur te steken.”
“Mis,” zegt de ongeveer vijfentwintigjarige man die voor de deur staat. “U bent zelfs niet warm. Ik ben de loodgieter.”
Oom Jort laat hem aarzelend binnen. De man stelt zich voor als Eus-Jan. Hij heeft zijn haar in een knotje en draagt een te warm wollen vest. Op zijn keel is een wolvenkop getatoeëerd. Logisch dat oom Jort twijfelde aan zijn beroep van loodgieter.
Eus-Jan wil oom Jort een elleboog geven in plaats van een hand. Veel mensen doen dat, sinds een hand geven bijna als een daad van terreur wordt gezien. Of een boks; nog erger, wat mij betreft. Volgens oom Jort heeft een elleboog geven iets “handicapperigs.”
Oom Jort reageert dus niet. Hij legt uit dat hij nooit heeft meegedaan met die elleboog-gekte en daar ook nooit aan gaat beginnen: “Overigens zal ik ook nooit meer iemand een hand geven, ook als het weer wél mag,” voegt hij eraan toe. “Het bevalt me prima zonder al die overbodige rituelen.”
Eus-Jan trekt zijn wenkbrauwen op en mompelt iets over normen, waarden en minimale beleefdheidsstructuren waaraan een samenleving nu eenmaal niet ontkomt. Daarna verdwijnt hij, zonder zich om te kleden, door het kruipgat richting het riool.
“Vond je het echt nodig die jongen zo te schofferen?” vraag ik oom Jort.
“Tja, amice,” antwoordt hij met een tuitmondje. “Ik hou nu eenmaal niet van die linkse softies met geitenwollen vesten en knotjes in hun haar. Wedden dat hij in het weekend vrijwillig schapen hoedt op de Veluwe? Vandaar die wolf op z’n keel. Mensen met tatoeages all over the body, daar kan ik ook niet tegen. Knotjes en tatoeages hebben met ijdelheid te maken.”
IJdelheid!
Er wordt in onze buurt gefluisterd dat het enige dat sterker is dan de tand des tijds, de ijdelheid van oom Jort is. Plus de fles haarverf die hij ergens verstopt heeft uiteraard, maar dit terzijde.
Even later komt Eus-Jan weer uit het kruipgat gekropen. Hij loopt de kamer binnen en zijn blik blijft op de tv rusten waar het journaal melding doet van een dubbele moord.
“Nederland wordt volwassen,” is zijn diepzinnige reactie. “Ik heb twee mededelingen,” gaat hij verder. “Een: uw rioolbuis is geknapt. Uw uitwerpselen liggen her en der verspreid. Man, hoe krijg je dat voor elkaar!” Hij kijkt vragend naar oom Jort.
“Kwestie van krachtig persen,” antwoordt oom Jort.
“Twee: voorlopig kun je je weer even ontlasten, maar wil je dat in de toekomst continueren dan moet er een loodgieter bijkomen.”
Hij zegt het zonder te lachen.
“Maar u bént toch een loodgieter?” vraagt oom Jort verbijsterd.
“Nee, mijn vader. Ik ben schapenhoeder op de Veluwe. Dat is een cruciaal verschil. Maar dat wist u al, begreep ik.”
Hoewel betrapt op zijn negatieve uitlating, laat oom Jort niets merken: “Maar wat heb je dan gedaan dat ik mij toch weer kan eh… ontlasten?”
“Klein kunstgreepje,” zegt Eus-Jan. “Er zit een gat in de fundering tussen uw huis en dat van uw buurman. Ik heb de losliggende rioolbuis doorgezaagd en het uiteinde onder het huis van uw buurman geschoven. Dan komt de ontlasting weliswaar onder het huis van uw buurman terecht, maar u kunt weer probleemloos doortrekken. Ik zou het, gelet op het ongemak voor uw buurman, wel snel oplossen overigens.”
Hij knikt nog even goedkeurend en loopt vervolgens ontspannen de deur uit. Op het moment dat hij wegrijdt, realiseer ik mij ineens dat IK de buurman ben die de vruchten gaat plukken van de creatieve oplossing van de schapenhoeder.
Bij oom Jort dringt het ook door en zijn grijns gaat over in een mekkerend gehinnik.







Als mensen makke schapen zijn dan heeft die hoeder toch goed werk verricht. Oom Jort zou er verder schijt aan moeten hebben.
Waarde Amice, mede absurdist, Avé!
Carpe diem faeces deo volente, maar dat terzijde.
De anale fase van uw buurman geeft te denken over zijn vermeende hoogbegaafdheid. Ik vermoed ADHD alle dagen heel druk! Druk?
‘ Jortje kom ‘s hier rotjoch… heb je een drukje gedaan in jouw pantalon van modehuis Maison de Bonnetrie?’ Ja, mama!
Als straks de loodgieter 2 keer belt, roep je mij dan even? Ja, mama maar… het is toch as we speak ‘ the postman always rings twice,’. Correct, Jortje..da’s jouw vader en die is nu loodgieter bij tante Sjaan in Aerdenhout!