
Afbeelding van Engin Akyurt via Pixabay
Met afgrijzen keek ik naar de beelden. Gezichten verwrongen van haat en woede, verborgen achter sjaals en dikke zonnebrillen, opgeheven middelvingers richting de politie. Af en toe leek de menigte vooruit te willen stormen, om al snel weer terug te deinzen, als de politie een uitval deed. De ‘fans’ wilden de hoofdingang van de Johan Cruijff Arena binnendringen, om verhaal te halen bij het bestuur van Ajax, naar aanleiding van de desastreus verlopen wedstrijd tegen de aartsrivaal. Een wedstrijd die afgebroken werd nadat tot tweemaal toe vuurwerk op het veld werd gegooid, volgens mij door dezelfde groep onverlaten. Om erger te voorkomen, omdat de 0-4 dichterbij leek dan de 1-3. Omdat hun club zó slecht speelde, dat zich een sportieve blamage aftekende. Dan liever een sociale blamage, dan liever het imago van een club met gewelddadige fans, die de boel kort en klein slaan. Het is maar waar wat je wil.
Bij een andere wedstrijd was er ook al een onderbreking, dit keer door fans van de winnende club. Een beker bier, hopelijk leeg, die op het veld belandde na het winnende doelpunt. Doelman Etienne Vaessen deed het af als emotie, die nu eenmaal bij voetbal hoort. Daar heeft hij gelijk in, voetbal ís emotie, pure, rauwe onderbuik emotie, als ik de fans van Ajax voor ogen zie, die de confrontatie met de ME aangingen. Hoe begrijpelijk die emotie ook moge zijn, het is geen excuus om zo de perken te buiten te gaan. Iemand op zijn gezicht slaan als je boos bent, vinden we ook niet OK, laat staan woede-uitbarstingen à la Matthijs van Nieuwkerk. Bekertjes bier is dan nog enigszins begrijpelijk, al vind ik het wel een beetje zonde van dat goudgele, heerlijke vocht. Vuurwerk, waarvan je weet dat het verboden is, en wat nog gevaarlijk is ook, als het dicht in de buurt van iemand ontploft, dat gaat te ver. Dat is simpelweg crimineel.
Dat je als fan meeleeft met de club, weet ik maar al te goed. Als het slecht gaat, huil je mee, als het goed gaat, lach je mee. Elke club heeft vette en magere jaren, de een meer dan de andere, het hoort erbij. Zolang geleden is het niet dat mijn club hopeloos faalde op cruciale momenten, zoals de laatste kwalificatieronde voor de Champions League. Of in zo ongeveer elke topwedstrijd. Of erger nog: tegen clubs die aan het eind van het seizoen degradeerden. Dat het vooralsnog beter gaat, betekent niet dat ik de mindere tijden vergeten ben. Het betekent al helemaal niet dat ik uit het oog verlies dat volgend seizoen alles anders kan zijn. Falende besturen en/of trainers, we hebben ze allemaal wel voorbij zien komen. De onvrede daarover is begrijpelijk, het is geen reden om je te misdragen.
Dat dit wel gebeurde, en ook in de toekomst zal gebeuren (ook bij mijn club), vult me met afgrijzen.




