We spreken Arie tijdens zijn pauze op de kinderboerderij. ‘Microwave Chef’ is zijn officiële functie, zelf doet hij er niet moeilijk over en noemt hij het gewoon ‘magnetron kok’. Via een zakelijk contactje is Arie, wiens echte naam wij niet mogen publiceren, aan het werk gekomen op de uitspanning ergens in Zuid-Holland. “Kijk, ik had een prima leven in Thailand, ik was daar influencer, zullen we maar zeggen. Door een meningsverschil met de Thaise overheid belandde ik daar in de cel. Dat ging over de leeftijd van de modellen die ik scoutte op het strand. Je snapt niet dat de Thaise justitie het verdienmodel niet wil zien. Alles gebeurde met toestemming van de ouders ook nog eens. Maar zand erover, ik heb vijf jaar gebromd en ben toen berooid terug naar Nederland gekomen. Nu ben ik hier en ben ik aan een nieuw leven begonnen.”
Een goed zakelijk netwerk is alles
In Nederland aangekomen ging het goed mis met Arie. Geen huis, geen werk, geen vrienden, familie die hem niet wilde zien. “Ik was dakloos zonder internet. Dat laatste is het ergste, want daar verdiende ik geld mee. Zwervend door Amsterdam kom ik op een gegeven moment Joris weer tegen, een oude klant van me in Thailand. Die schrok zich kapot toen hij mij zag, ik denk vanwege het feit dat ik dakloos was. Ik vroeg hem om hulp en maakte nog een grap over ‘what happens in Bangkok, stays in Bangkok’ en gaf hem een knipoog. Gewoon een goede verstandhouding, weet je wel. Een paar telefoontjes later, hij belde meteen, was het geregeld. Ik kon hier naartoe voor een gesprek. Het geld voor de trein en de bus gaf hij me ook nog.”
De eigenaar van de kinderboerderij bleek nog in het krijt te staan bij de weldoener van Arie. Werk en onderdak waren geen probleem, maar het was wel even wennen. “Ik woon hier op het zoldertje boven de gnoes. Ze ruiken niet super fris en maken af en toe kabaal, maar er ligt stro, ik heb een oplaadbare zaklamp en een emmer om op te kakken en piesen. Wat wil je nog meer?”, legt hij uit. “Mijn eerste werk was het ruimen van poep uit de nachtverblijven. Ook niet fris, maar ik verdiende er een paar knaken mee. Genoeg om een prepaid mobiel abonnementje mee te betalen. Eten en drinken krijg ik van de boerderij.”
Van poep naar ping
Inmiddels hoeft Arie geen poep meer te ruimen, maar werkt hij als chef in de keuken van de uitspanning. “Daar heb ik mijn roeping ontdekt. Vanwege problemen met de brandweer mocht er geen friteuse meer gebruikt worden en werden er alleen nog koude gerechten geserveerd. Mensen bleven erdoor weg, merkten we. In een meedenksessie opperde ik toen om een magnetron, een airfryer en een waterkoker aan te schaffen. Dat is de redding gebleken. In Thailand in de cel was er een levendige handel in voorverpakte noedelsoepjes, je weet wel, van die pakjes van 80 cent. Het was het enige warme eten dat daar gegeten kon worden, we maakten water warm in oude blikjes die we in de zon zetten. Verandering van spijs doet eten, ik begon daar te experimenteren met het mixen van zakjes kruiden. Die expertise heb ik meegenomen naar de keuken van de kinderboerderij. De mensen bestellen hier noedelsoep die smaakt als nergens anders, maar toch echt Aziatisch. Ze komen ervoor terug!”
Om het Aziatische karakter van de keuken nog eens kracht bij te zetten, investeerde de kinderboerderij in een diepvries vol kant-en-klare saté zonder stokjes. “We hebben varkens-, kip- en vegetarische saté”, licht Arie trots toe. “En nu komt het: iedereen die wel eens zo’n bakkie saté in de magnetron pingt, weet dat je nooit het resultaat krijgt als op het fotootje. Het is nog bevroren, of deels bevroren, of satésaus is uitgedroogd met van die harde bruine randjes… Door mijn ‘fingerspitzengefühl’ weet ik die saté echt tot in perfectie op te warmen. Elk blokje even warm en sappig, een mooie homogene saus… Sindsdien serveren we hier allerhande magnetron- en airfryergerechten, noedelsoepen en een keur aan kroepoek. Ook de airfryer kent geen geheimen meer voor me, ik weet alles krokant te krijgen in dat ding.”
Over een jaar mag Arie, als het zo goed blijft gaan, zijn intrek nemen in de mantelzorgwoning van de moeder van de uitbater. “Moet ze wel eerst het loodje leggen, maar ze zeggen dat het geen jaar meer duurt”, aldus Arie. “Aan mijn saté zal het niet liggen.”





