
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Ik ben lichtelijk zwaar verward. Vandaar ook de temporaire verandering van mijn ‘titel’. Na onze – in mijn ogen – succesvolle date sta ik sinds enige tijd op standje ‘afwachten’. Ik wil mij namelijk niet opdringen, vooral niet overmatig gretig lijken. Maar hoe nu verder?
Ik heb best al veel date-ervaring, maar al die dates waren stuk voor stuk niet voor herhaling vatbaar. De een had gruwelijke nagels, de volgende had voortdurend vragende ogen waaruit ik dan moest aflezen wat ze wilde, en weer een andere was in eerste instantie leuk en goed, maar die vond mij bij nader inzien toch maar een stuk gefaald wrakhout. En zelfs spontane aanspreekacties op terrasjes verlopen bij mij steevast catastrofaal.
En nu? Nu heb ik eindelijk een date met een vervolg. Eentje waarna het proces verder gaat. En daar heb ik dus totaal geen (recente) ervaring (meer) mee. Jonna en ik appen wat af. Dat is fijn. ‘Heel gezellig’, zoals zij het zou noemen. Soms dwarrelt er waarachtig een “X” of een zoen-smiley over mijn beeldscherm. Daar word ik dan heel blij en warm van. We hebben ook een (1) keer getelefoneerd, redelijk snel na de date. Maar ik ben niet zo goed in telefoneren met dames die ik overduidelijk meer dan slechts leuk vind. Dan doet mijn schuchterheid mij toch weer de das om.
Enfin. Het grote, onoverkomelijke euvel (voor mij): we hebben nog steeds geen vervolgdate. Ik heb geen idee wanneer ik haar weer zie. Óf ik haar ooit nog weer zie. Dus wat nu? O, de onzekerheid. Moet ik haar nog maar een keer vragen? Of wacht ik toch maar beter even af? Ik heb haar immers de eerste keer al gevraagd. Zij zei ja. En vervolgens ook nog: “Ik wil je wel uitproberen.” Dan ligt de bal nu toch bij haar, of zie ik dat verkeerd? Waarom kaatst ze hem dan nu niet terug, zoals het hoort?
—
Zijn jullie mijn date-gezever al zat?
Ja? Pech gehad. Want waar beter kan ik mijn frustraties kwijt dan hier?
Dus laat mij.
—
Ja, ik weet ook wel dat Jonna heel druk is. Zoveel mensen die hulp nodig hebben in hun laatste levensfase… En dat, terwijl voor mij nu juist een geheel nieuwe levensfase begint. Dat hoop ik althans. Als zij een beetje meewerkt. Kortom: ik ben overmatig verward. Ik denk dat ik toch maar weer eens die stoute schoenen aantrek en assertief ga wezen.
Via WhatsApp? Nee. Toch maar bellen. Dat gaat sneller. Met bonkend hart druk ik op de belknop. Shit. Voicemail. Met zo’n AI-stem die haar nummer opsomt en dan zegt dat je een bericht achter kunt laten na de toon. Niet eens haar eigen stem. Ik hang meteen op.
O kak, nu ziet ze dat ik gebeld heb. En dat ik na de piep niets heb ingesproken. Dat kan ook niet. Dat is lullig.
Ik bedenk een minuutje of tien lang wat ik zou willen zeggen. Wat ik zou kúnnen zeggen. En dan wat ik werkelijk ga zeggen. Vervolgens bel ik nog een keer. En daar is weer de piep, waarna ik mag praten.
“Hej hej… Euh, hoi lieve Jonna. Soep-Denis hier! Ik dacht, ik meld me even. Met geluid. Onze lunch is inmiddels toch al best weer een lange tijd geleden en ik begin nu toch wel weer honger te krijgen. Zin in een broodje haring aan het strand? Aankomende zaterdag? Volgens mij wordt het best wel aardig weer. Kunnen we samen uitwaaien. Liefst zonder aansluitend uitzwaaien. Wat jij? Hoor je snel! Hoop ik. Nou, doei, hè!”
Dat was weliswaar niet hetgeen wat ik bedacht had te gaan zeggen, maar ach, duidelijk genoeg, dunkt me. Ik hang op.
…
Jee, een broodje haring. Hoe kom ik erop. Zo onromantisch.
En Soep-Denis?! Waarom zei ik dat? Ze weet toch wie ik ben?
En volgens mij wordt het kutweer zaterdag. Koud en winderig. Ik en mijn ideeën…
En wie zegt er nou ‘doei’ aan het eind?
…
Wat heb ik nu weer gedaan.
Ik háát mijn onzekerheid.


Valt mee Denis, juist heel aandoenlijk als ik het zo lees. Mochten jullie vandaag op het strand zijn. Have fun