
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Nee, nee, niet door Jonna. Geen zorgen. Ik ben verlaten door… ja, wie eigenlijk? Was het een fan? Nee. Was het een fervent criticus? Nee, ook niet echt. Nou ja. Het was in ieder geval iemand. Een persoon die na mijn voetbalgeneuzel van vorige week niets meer met mij te maken wil hebben; ik ben exit. Oftewel, Dexit!
Nu is het wel een beetje teveel eer om een blog aan zo iemand te wijden, maar ach, naar eigen zeggen leest deze persoon dit toch niet meer, dus wat zal het. En even eerlijk? Ik schrijf in eerste instantie toch echt voor mijzelf en niet wat anderen willen lezen. Omdat ik er lol in heb om, naast mijn über-saaie, maar uitermate duurzame copywriting-werk, mijn overige gedachtegangen, ergernissen, akkefietjes en beslommeringen de internet-ether in te slingeren. Als ik het niet voor mezelf zou doen, zou ik het nooit zo lang hebben volgehouden.
Tenslotte neuzel ik hier op HoeMannenDenken toch alweer dik acht jaar voor me uit. Geheel vrijwillig. Zonder dwang en zonder geldelijke beloning. Sommigen vinden dat leuk, anderen ergeren zich er klaarblijkelijk kapot aan. En wederom heel eerlijk: dat boeit me geen ruk. De meeste – leuke – commentaren en reacties krijg ik van vrouwen. Die zijn vaak meelevend. Of gewoon geïnteresseerd in mijn dates en andere dagelijkse perikelen. Vind ik leuk. Maar nog leuker zijn de reacties van de wat minder grote fans, soms ook wel ‘de haters’ of gewoon reaguurders genoemd. Die zijn er namelijk ook in overvloed. En dat zijn, hoe verrassend, uitsluitend (mensen die zich identificeren als) mannen.
Ware haters zijn fijne mensen. Die zijn namelijk je grootste fans. Beetje verdekt opgesteld, maar ze zijn er en ze zíén jou. Zij zijn degenen die zo goed als alles lezen en de uitvoerigste commentaren achterlaten. Die je corrigeren en beleren. Ik houd ervan.
En zo reageerde ene Jan* dus op mijn voetbalblog, waarin ik me afvroeg of er nog iets anders bestaat dan voetbal, want ja, je moet toch iets te zeuren hebben in deze grootse zeikwereld. En wel als volgt:
“Natuurlijk Helemaal gestoord als je er Wel naar kijkt en er over Schrijft, met de gebeurtenissen beschreven! Niks anders te doen dan zemelen en zeiken? Of ook nog *schizo’-gedrag? Het zielige Verlaten mannetje Inderdaad. Klopt , trek maar lekker een zak over je kop toch?!> En bespaar me je depri-geneuzel verder”
Excuses voor de ontbrekende interpunctie en het curieuze hoofdlettergebruik, maar zo was de reactie. Sic, dus. Nu reageerde deze Janneman in het verleden wel vaker, in min of meer diezelfde stijl, maar mijn reactie (“Haters (of beter gezegd, de non-likers) zijn altijd de beste fans. Die lezen alles, dat blijkt wel weer (Kleine tip: gewoon niet meer lezen, alle problemen opgelost). *zak zoekt*”) schoot hem dit keer klaarblijkelijk helemáál in het verkeerde keelgat. Gevolg: Jan wilde niet langer mijn vriend zijn. Hij schreef verongelijkt: “Inderdaad Duidelijk genoeg, dit is nogmaals een reden om dit Verlaten geneuzel ff Uit te zetten. Enige zelfreflectie ontbreekt, dus Tja deze verlaten ziel gaan wij hier ook ff Verlaten , blijkbaar ben ik niet de enige ook…. Exit” [Wederom sic qua interpunctie en hoofdlettergebruik].
Dát zette mij aan het denken. Zou ik echt zo’n enorm gebrek aan zelfreflectie hebben? Ik heb juist de indruk dat ik behoorlijk vaak naar mijn eigen acties en gedachten kijk en deze ook wel degelijk overdenk. Zo zeer zelfs, dat ik uitgebreid geschreven heb. Over mijzelf als zelfreflectie-masochist. Volgens mij heeft die beste Jan deze ene, inmiddels vijf jaar oude blog niet gelezen. Toch niet zo’n grote fan dus… Jammer. Want in die blog schreef ik de legendarische zinnen:
“Als ik die [levensbeschouwelijke] opvattingen regelmatig herzie en bijschaaf, pas ik beter in het priegelige universum dat ik voor mezelf gebouwd heb. Ben ik wel de vent die ik denk dat ik ben?”
En heel even dacht ik ook nog: misschien heeft Jan wel gelijk. Misschien moet ik mijn laptop maar aan de wilgen hangen en iets anders gaan doen met mijn schamele vrije tijd. Misschien ben ik wel klaar met [semi-depressief] leuteren.
Enfin. Na enige zelfreflectie weet ik nu: dat ben ik niet. Nog lang niet. Toch ga ik, om mijn haatlezers een plezier te doen, nu eerst een paar weken vakantie vieren. Samen met Jonna en de kinderen. Waarover ik al dan niet zal berichten. Waarschijnlijk niet. En over een week of drie à vier zou Jan dan gelouterd en gesterkt door mijn zaligmakende afwezigheid mijn semi-depressieve wederopstanding kunnen aanschouwen. Theoretisch. Want praktisch is hij exit. En ik niet.
Sorry, Jan. Dag, Jan.
Jexit.
*Naam om privacyredenen niet gefingeerd, want Jannen zijn er in Nederland zoveel als zand op het strand, dus de anonimiteit is sowieso gegarandeerd.



