Het is een standaard woensdagavond. Mijn vrouw ligt onderuitgezakt op de bank en ik heb mezelf aan de andere kant op een soortgelijke manier gepositioneerd. De tv staat op 4. Er wordt wat geroddeld over beroemde mensen die ik helemaal niet ken. Een hele blonde vrouw met immer gesloten ogen kirt enthousiast over iets dat met mode te maken heeft.
Ogenschijnlijk is er niets aan de hand.
De kaarsen verlichten de ruimte. Net als de schermpjes van onze telefoons. Languit liggen we ongeïnteresseerd door de verschillende sociale media te scrollen, af en toe hoor ik een bekend deuntje van een spel waaraan mijn vrouw verslaafd is.
Bij elk verhaal op Facebook denk ik ‘boeien’ en scroll een stukje verder. Mijn vrouw verslaat ondertussen achteloos elke digitale vijand.
Het is een standaard woensdagavond.
Maar niets is wat het lijkt.
De vrouw die tegenover mij op de bank ligt, ziet er precies zo uit als gisteren. Krullend donker haar met hier en daar een haartje dat toch grijs is. Een slank lijf in een makkelijk zittend huispak. Daar bovenop een deken met een verwarmingselement erin en daar weer bovenop een hond die opgekruld van de warmte geniet.
Door haar bril kijkt ze geconcentreerd naar haar beeldscherm en af en toe grijpt ze naar haar waterfles. Ze ademt rustig en af en toe maakt ze een opmerking als een onderwerp uit het tv-programma haar interesseert.
Deze vrouw hoorde die middag dat ze borstkanker heeft.
En vanaf dat moment is mijn vrouw een van die vele vrouwen die een traject in moet. Er zit iets in dat lijf wat eruit moet en dat gaat hoe dan ook een pittige periode worden. Niet alleen voor mijn vrouw zelf, maar ook voor de kinderen. En voor haar ouders, voor haar vrienden. En ook voor mij.

Image by Alejandra Jimenez from Pixabay
Ze gaat de molen in. En het is mijn taak om haar hierin zoveel mogelijk te steunen. Er te zijn waar nodig, haar de ruimte te geven die ze moet hebben. En misschien moet ik af en toe die klootzak zijn die haar een flinke schop onder haar reet geeft. Maar dat doe ik met liefde.
Na de diagnose waren we wat lamgeslagen. We moesten het de kinderen vertellen en dat deden we zo nuchter en luchtig mogelijk. Maar nu de kinderen boven hun emoties door afleiding van de telefoon laten verdwijnen kunnen wij niet anders dan wakker worden.
Mijn vrouw kijkt op van haar beeldscherm. “Ik denk dat ik het toch maar naar mensen ga appen. Maar als ik dat ga doen, dan wordt het ineens realiteit. Dan ben ik echt ziek. Dan heb ik pas echt kank…” en ze krijgt het woord er niet meer uit.
Het kikt in. Ze slikt het woord weg, maar de emoties zijn niet meer weg te slikken. De ziekte zit er echt.
Kanker. Hoezee!






