
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Met mijn nog net geen vijftig jaren voel ik mij doorgaans best nog kwiek. Nu was ik laatst – vraag me niet hoe of waarom – op een soort van half-officiële soos a.k.a. bijeenkomst van medestudenten van Nick. Ouders en docenten waren ook welkom om kennis te maken met studiebollen van allerhande pluimage die zich op wetenschappelijke dan wel filosofische wijze met de hedendaagse maatschappij en het toekomstige menselijke welzijn bezighouden.
Na afloop van de ietwat curieuze voordrachten over allerhande oninteressante zaken werd er nog wat gekeuveld onder het genot van een glas champagne of bier. Een groep opgeschoten onbekenden die krampachtig over god en de wereld trachtten te soebatten.
Een van de knullen kwam – voor mijn gevoel te dicht – bij mij staan en vroeg onverholen: “En, meneer, hoe voelt u zich nu hier, als oude witte man?”
Ik moest even gaan liggen. Ten eerste vanwege de openlijke schaamteloosheid waarmee deze student mij aansprak en ten tweede vanwege de inhoud van de vraag. Ik verslikte me zowaar in mijn biertje en blies het schuim bijna in ‘s jongens gezicht.
Wat wil hij met deze vraag te weten komen? Of ik verward ben? Seksistisch? Racistisch, zelfs? Want dat is toch hetgeen wat impliciet samengaat met die drie typerende woorden?
Oude. Witte. Man.
Dat ik geen jonge zwarte vrouw ben, is me al sinds enige tijd duidelijk. Maar dat ik nu zó neergezet word, verrast me.
“Meneer? Bent u er nog?”
Ik was luttele seconden afgedwaald; te lang voor deze jonge, blanke student. Met zijn krulletjes en zijn idiote, blonde fluimsnorretje, precies daar waar Hitler ook haar had zitten. Ik ga er voor het gemak maar vanuit dat hij ‘verward’ inmiddels ook al aan zijn rijtje typeringen heeft toegevoegd.
“Ja ja, ik ben er nog. Ik moest even nadenken over je, in mijn optiek, denigrerende, generaliserende, gendernegatieve, ageïstische strijdvraag. Op basis van deze vraag neem ik aan dat je jezelf als een redelijk progressieve, voortvarende, wakkere persoon beschouwt? Helaas zijn diegenen die zichzelf zo zien, vaak enkel maar opdringerig dom. Want het enige wat zij kunnen, is het continueren van de stereotypering die de onnozele, blanke, mannelijke antiheld behelst, die toevallig de vijfenveertig of zelfs de vijftig gepasseerd is. Maar goed, ik kan het fout hebben. Daarom zou ik enige context voor het stellen van deze specifieke vraag aan mij ten zeerste op prijs stellen.”
Nu is het aan het studentje om bedremmeld en verward te kijken. “Wàh? Euh… Sorry, bent u docent hier aan de hogeschool? Hoogleraar? Professor?”
“Waarom denk je dat? Vanwege mijn woordkeuze?”
“Nou, eh… ja.”
“Oké. Dan ja.”
“O. Dan bij dezen mijn excuses voor mijn directheid. Ik vond het zelf wel een geschikte vraag. U blijkbaar niet.”
“Nee.”
“En wat onderwijst u, als ik vragen mag?”
“Wat fijn dat je nu vraagt of je mij überhaupt iets vragen mag. Had je eerder moeten doen.” Met een half oog zoek ik Nick, maar die is nergens te bekennen. “En ter informatie: ik doceer op dit moment Intergenerationele Etiquette & Omgangsvormen.”
“Aha. Dát verklaart een hoop.” Hij frunnikt even ongemakkelijk aan zijn blonde Hitler-snorretje.
“Ja?” Ik veins maar eens even oprechte verbazing.
“Ja. U neemt alles wat ik zeg, overmatig serieus. Ik doelde met mijn opzettelijke stereotypering enkel op het containerbegrip voor de hardvochtige, norse en conservatieve houding die van een deel van de oudere, witten mannen heeft. Of lijkt te hebben. Dus dat was ook mijn indruk van u.”
Ik grom wat, denk er het mijne van, haal mijn schouders op en neem een teug lucht voor mijn slotverklaring.
“Nou, dan is je indruk vet fout. Ik ben gewoon een doorsnee man van middelbare leeftijd. Ik ben géén professor of hoogleraar of wat dan ook. Ik ben gewoon hetero, heb geen speciale talenten, ben niet succesvol en al helemaal niet uitzonderlijk attractief. Ik heb het doorsnee aantal van twee kinderen en een kat. Ik scheid mijn afval braaf, ben een bar slechte doe-het-zelver en besef terdege dat mannen als ik de sulletjes van de maatschappij zijn. Maar doorgaans ben ik een heel aardige en tamelijk ongevaarlijke goedzak. Tenzij ik door opgeschoten studenten op een halfzachte after-weet-ik-veel-wat-studentenborrel als oude, witte man getypeerd word. Dan niet. Dan word ik pissig. Of nors, zo je wilt.”
“Oké.” In al zijn opgekropte nervositeit lijkt hij zijn snorretje er nu zowat af te rukken. “In dat geval: dank voor dit enerverende gesprek, meneer. Ik ga maar eens een drankje halen.”
“Doe dat. Haal er voor mij ook meteen eentje. En snel een beetje.”

Ach, ik ben een oude licht getinte oude man die volgende week 6 november 69 jaar zal worden tenzij ik overlijd, maar dat terzijde. Precies, dat overlijden.
Men schat mij veel jonger en dat vindt mijn partner soms leuk, soms niet maar meestal irritant.
En wel hierom:
Na het scheren smeer ik me in met Nivea en toen ik nog geen haren van betekenis had deed mijn moeder dat maar daar had ik geen weet van als baby.
Kortom ‘oude witte man’, ach.. liever oud geworden en met welke huidskleur dan ook, dan veel jonger en op en opgevoerde Fabike rijden, de marathon willen lopen in de Sahel, jezelf klem zuipen en denken dat je een vogel bent en van de Rotterdam Toren, hoogste etage springen omdat je wilt vliegen naar de regenboog(..)