
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
“Als je je leven zo inricht dat je nooit op de bek kunt gaan, kun je alleen maar een beetje op je buik door de ruimte schuiven.”
Igor, mijn semi-gestoorde kroegmaat en zelfbenoemde Poetin der Liefde, kijkt me indringend aan, terwijl hij mij deze levenswijsheid inpepert. Het is zeker niet de eerste keer dat hij dit zegt, maar dat weet hij zelf allang niet meer. Geef Igor een aanleiding en hij heeft altijd wel een spreuk paraat.
Igor is een halve Rus (maar al zijn hele leven in Nederland), dus hij heeft ‘t sinds enige jaren wat lastiger. En van ‘op de bek gaan’ weet hij werkelijk alles; daarom huppelt en springt hij ook vol overgave door zijn leven. Op de plaats, weliswaar, maar toch.
Aanleiding voor het spuien van zijn wijsheden is mijn relaas over mijn wanhoop en hoe ik nu verder moet, zowel qua werk (ik zeg AI) als relatie (ik zeg: Zanzibar). Hoe doorgaan?
Igor maakt van zijn barkruk maar al te graag een preekstoel en preekt erop los dat ik maar een onzeker zekerheidsbeest ben. “Waarom wil jij alles steeds maar weer in die kannen en kruiken proppen? Je krijgt toch nooit 100% zekerheid dat alles wat je wilt en nastreeft, ook zo zal blijven als je het eenmaal bereikt hebt. Waarom dan niet gelijk wat meer risico nemen?”
“Risico? Risico bij wat? Moet ik gaan bungeejumpen, of zo? Wat bedoel je met deze zoveelste igoriaanse platitude? Wat doe ik fout?”
“Zoals ik al zei: jij moet hitchhiken door de galaxie, jongen. Niet buikschuiven door de ruimte.”
Ja. Nee. Geen idee waar Igor het over heeft of wat ik moet doen, maar ik word er behoorlijk knorrig van.
“Ik vertel je over mijn vriendin die mij – al dan niet tijdelijk – wil verlaten en over mijn orderbestand dat steeds verder inkrimpt omdat die gekunstelde intelligentie me alles uit handen neemt, en jij begint over hitchhiken en buikschuiven. Ja, dáár schiet ik wat mee op. Not.”
“Rieléksss, man!!” Hij rekt de s van relax zo ver mogelijk uit en slaat me ineens keihard op de rug. Ik moet ervan hoesten. Onderwijl weet ik nog steeds niet wat hij nu bedoelt.
“Kijk,” zegt hij uiteindelijk, “wat jij zou moeten doen, is stoppen met je druk maken over wat je toch niet kunt veranderen. Jij moet beginnen met léven. En als je dan een keer op je bek gaat, so what? Beter een blauwe plek op je smoel dan een leeg leven.”
Igor schuift zijn kruk naar achteren, gaat demonstratief staan en roept luid naar de barvrouw: “Twee bier! En een portie ballen en ruggengraat voor mijn slapperdewaski vriend hier!”
Daar zit ik dan, met mijn halfhartige brouwsel van wanhoop en een semi-gestoorde Igor die een of andere filosofische held wil spelen.
Misschien heeft hij wel gelijk.
Of misschien is hij gewoon al ladderzat, wie zal het zeggen. Het enige wat ik zeker weet, is dat mijn hoofd inmiddels aanvoelt als een rubik’s cube in handen van een kleuter.
Misschien is het echte probleem niet mijn krimpende orderbestand of de nieuwe grillen van Jonna.
Misschien is het feit dat ik hier zit te luisteren naar het advies van iemand wiens grootste levensprestatie het vinden van de goedkoopste biertjes in de stad is, wel de tragiek van mijn bestaan in een notendop.
Misschien moet ik soms gewoon even vastlopen om uiteindelijk weer – al dan niet buikschuivend of schuifbuikend – vooruit te komen.
Een hoop misschiens. Onzekerheden, waarmee ik inderdaad geen donder opschiet. Maar ik heb tenminste een Igor die me er steeds weer aan herinnert dat het leven altijd nog een beetje slomer kan. En dat vooruitkomen totaal overgewaardeerd is. Misschien moet Igor zelf ook maar eens leren buikschuiven.



