
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Nick woont, sinds hij studeert, in een studentenhuis vol luie jongens. Ze hebben met z’n vieren een etage in een groter huis. Aangezien huishouden niet hun hobby is, hebben ze zich bij intrek onder andere een robotstofzuiger aangeschaft. Ze noemden de robot ‘het kreng’. Alle deuren open, knopje op de rug van de robot drukken en dan riepen ze, volgens de verhalen van Nick, met z’n allen: “Zuigen, kreng!” En een lol dat ze dan hadden…
Hádden, inderdaad. Afgelopen weekend kwam Nick weer eens thuis. Kleren wassen, heet douchen, eten, slapen, het gebruikelijke.
“Paps, wil jij ons kreng eventueel overkopen?”
“Wablief?!?”
“Onze robotstofzuiger. Ding doet ‘t voor geen meter. Rijdt alleen nog maar rondjes. Wij krijgen haar niet meer fatsoenlijk aan het zuigen, dus de jongens wilden haar al weggooien. Maar ik dacht: misschien dokt pa er nog wel een paar tientjes voor.”
Tuurlijk. Pa is wel goed, maar niet gek. Een kapot ding overkopen. Ben gekke henkie niet…
“Oké.” Inwendig sla ik me voor mijn hoofd. Ik watje. Wat moet ik in vredesnaam met zo’n robotzuiger? “Wanneer krijg ik haar?”
“Staat al beneden, in die weekendtas in de gang.”
Mijn zoon kent mij. Ik geef hem het geld.
Een paar dagen later ontferm ik mij toch maar eens over het kreng. Eigenlijk is het best een schattig ding. Zwart glanzend, mooie rondingen, goed formaat, met een mooi oplichtende knop bovenop. Ik draai haar om. “Even op de rug, meid. Ik weet het, is niet fijn, maar het moet,” mompel ik en grinnik een beetje in mezelf om hoe fout dat klinkt. Ik zie meteen waarom ze enkel nog maar rondjes rijdt; zowel de rubberen borstel, als de veegborstel, als ook de wieltjes zijn volledig lamgelegd door kluwen van ellenlange haren. Ik neem aan van de vele al dan niet zuigende krengen die de knullen reeds in hun boudoirs hebben mogen ontvangen.
Met een schaar knip ik de haarstrengen door (eraf trekken lukt voor geen meter) en bevrijd de wielen en rollen. Roll on, vegertje! Ik weet ook al een betere naam. Voetveeg. Zo noem ik haar. Ik maak de hele binnenkant schoon, haal zelfs een bijna poreus geworden condoom uit de stofopvangbak. Yuck. Ik hoor het ding zowat opgelucht zuchten.
Ik installeer de app, zet het basisstation op een goede plek en plaats Voetveeg erop. Ze laat een tevreden toonriedeltje horen. De ronde knop licht op: eerst wit, daarna rood. Eerst maar eens bijtanken. Ik werk me door de stappen in de app: alles werkt als tierelier. Volledig idiot-proof. Na een half uurtje weer een bliep: Voetveeg blijkt klaar om de ruimte te scannen. Na drie kwartier heeft ze mijn hele benedenetage minutieus in kaart gebracht en weet ze zelfs precies waar de keldertrap is. Wat een mooi, intelligent ding.
“Uw Voetveeg is klaar om te zuigen!” klinkt het ineens. Dat heb ik nu mijn hele leven al eens willen horen. In de app klik ik op de play-knop. “Zuigen, Voetveeg…” fluister ik en grinnik om mezelf. Best wel sneu. Maar ik ben blij met haar. Voetveeg scharrelt ogenschijnlijk willekeurig door de kamer. Bijna net zo leuk als een kat. Alleen stukken praktischer.




