Al zo’n vier jaar werk ik bij een scholengemeenschap. Dat doe ik niet als officiële medewerker, ik ben ingehuurd via mijn werkgever. Maar als je al zo lang met dezelfde mensen werkt, voelt dat niet zo. Je drinkt samen koffie, je ruziet af en toe en de dag erop sla je elkaar schaterlachend op de schouders. Zoals het gaat. We zijn collega’s.
Toch denkt niet iedereen daar hetzelfde over.
Vorige week – op pakjesavond – werden luxe chocoladeletters uitgedeeld, door de directeur van de afdeling die mij ingehuurd heeft. Prachtige, handmatig opgespoten letters, versierd met gekarameliseerde hazel- en walnoten. Trots liep de beste man met alle luxe verpakkingen alle collega’s af. Voor iedereen had hij een persoonlijke boodschap gemaakt. Ontzettend attent van deze stoethaspel.
Hij kwam mijn afdeling op gewandeld en liep mijn richting in. Hebberig als ik ben, maakte ik alvast wat ruimte op mijn bureau.
De goede man naderde mij en toen hij op hoorafstand was, schalde hij de legendarische woorden: “Ja, voor jou heb ik dus niets,” en hij ging door naar mijn collega achter mij die wél onder contract bij de school staat. Meneer hield trots een persoonlijk praatje en mijn collega wist niet waar hij moest kijken, zo vereerd was hij.
Toen de begenadigd leider klaar was, kwam hij langs mijn bureau. Hij keek niet op of om, en weg was hij.
Allemaal geen probleem natuurlijk. Maar ik vind het altijd leuk om met mensen te kutten.

Foto door Antoni Shkraba: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/handen-kerstmis-vasthouden-lekker-5832637/
Dit weekend bakte ik tientallen kerstkransjes, in de vorm van sneeuwkristallen. Sommigen versierd met de kandijsuiker, anderen verrijkt met heerlijke winterse smaken. Ik stopte ze in verschillende potjes en op het werk maakte ik er een prachtig kaartje bij.
Vanmorgen ben ik de potjes gaan uitdelen. Collega’s liepen te kirren van trots. Vochtige oogjes zag ik, omdat ik zo’n empathische actie deed.
De directeur zag alles aan en kwam snel mijn kant op gewandeld. Verlekkerd staarde hij naar mijn doos vol potjes met lekkernijen en hebberig informeerde hij naar de smaken.
“Ja, voor jou heb ik dus niets,” antwoordde ik gevat.
Terwijl hij mopperend terug zijn kantoor in liep, liet ik een koekje in mijn mond glijden.
Het smaakte heerlijk.







Goed gedaan!