In de avond belt mijn buurman, oom Jort: “We gaan terug,” zegt hij stellig. “Ik was gister het cadeautje voor de conversation starter vergeten mee te nemen naar haar feestje. Gaan we nu even herstellen.”
“Terug? Na háár feestje? Kom op, man, de meeste mensen gaan niet terug naar een feestje waar ze zich eerder al ongemakkelijk hebben gevoeld.” Maar oom Jort is geen gewone sterveling. Hij is een wandelende anomalie, een man die zich voedt met absurditeit alsof het een culinair gerecht is.
“Precies,” zegt hij, “maar nogmaals, we nemen het cadeau mee dat ik gister vergat. Je kunt niet zomaar met lege handen aankomen op een feestje, toch?”
Twee uur later staan we weer voor de deur van de conversation starter, ditmaal gewapend met ons cadeau: een bouwpakket voor een modelvliegtuig en een doosje makarons.
“Waarom makarons?” vraag ik.
“Subtiele hint naar haar cursus Frans,” mompelt Jort. “Misschien inspireert het haar tot een gesprek dat níet over mislukte romances gaat.”
Bij binnenkomst lijkt het alsof we nooit zijn weggeweest. De tv staat weer te blèren, maar dit keer is het geen reclame, maar een documentaire over Siberische blauwalg-terroristen. De conversation starter verwelkomt ons alsof we oude vrienden zijn. “Wat leuk dat jullie weer langskomen! Ik bedacht mij net dat ik nog wat te vertellen had over mijn nieuwe project.”
“Oh jee,” fluistert Jort terwijl hij zijn jas uittrekt, “hier gaan we.”
Haar nieuwste initiatief blijkt een community voor “conversation amoureux” (liefhebbers) te zijn: een soort praatclub voor mensen die graag verhalen vertellen, maar geen publiek kunnen vinden. “Ik heb een trainingsprogramma ontwikkeld,” legt ze uit terwijl ze onze makarons in een vuilnisemmertje gooit. “Ze smaken naar gedroogde muizenkeutels,” zegt ze ter verduidelijking. “De toute façon (hoe dan ook); eerst leren mensen luisteren naar zichzelf. Daarna leren ze luisteren naar anderen. Een soort kringloop van communicatie. En als het goed loopt, wil ik dat de praatclub wordt uitgebreid met een examencommissie, een pratende cactus, een voormalige professioneel treinfluiter, en een 3D-geprinte versie van mezelf, zodat de beoordeling van de leden niet alleen door mensen, maar ook door concepten kan worden gedaan.”
Jort kijk mij hulpzoekend aan, maar die hulp kan ik niet geven. Er zijn grenzen. De drank van gisteravond is er bij haar nog niet helemaal uit.
“En wat doen jullie als niemand elkaar begrijpt?” vraagt Jort.
“Dan organiseren we een stilteweekend,” antwoordt ze bloedserieus.
Plotseling schuifelt de wethouder Zorg & Welzijn binnen, met een glimmend doosje onder zijn arm. “Goed nieuws!” roept hij uit. “Ik ben zojuist uitgeroepen tot Ereburger van het Jaar.”
“Félicitations!” roept de conversation starter enthousiast.
Oom Jort kijkt bedenkelijk. “Ereburger? Is dat een echte prijs of gewoon een sticker met je naam erop?”
“Het is een officiële onderscheiding,” antwoordt de wethouder, zichtbaar geïrriteerd. “Waarom stel je zulke vragen?”
“Gewoon,” zegt Jort. “Je hebt nou eenmaal een gezicht dat suggereert dat je een sticker met je naam erop al indrukwekkend zou vinden.”
De conversation starter barst in lachen uit, terwijl de wethouder een gezicht trekt alsof hij net op een dooie cavia heeft gestapt.
Net op het moment dat de spanning ondraaglijk wordt, begint de zus van de conversation starter, die ook net binnenkomt, te praten. Over hoe ze vermoedt dat haar zoontje Sam de reïncarnatie is van een middeleeuwse troubadour, omdat hij sinds kort graag met een houten lepel op pannen slaat.
Oom Jort kan het niet meer aan en zucht droogjes: “Ik wist niet dat er achter jou een amateur-helderziende schuilgaat.”
“Het is geen helderziendheid!” roept de zus verontwaardigd. “Het is spirituele ontdekking.”
“Ah, spiritueel,” mompelt Jort. “Dat verklaart de geur van wierook en wanhoop.”
De conversation starter probeert de sfeer te redden door de muziek harder te zetten. Dit keer klinkt André Hazes; zijn stem doordrenkt met bloed, zweet en tranen. Jort kijkt naar mij en knikt naar de deur. “Ik denk dat mijn absorptiecapaciteit voor absurditeit voorlopig vol zit,” zegt hij.
We maken een elegante aftocht, terwijl de conversation starter ons nog een keer uitnodigt voor haar volgende evenement: een lezing over de kracht van non-verbale communicatie. Oom Jort zucht diep. “Misschien moeten we toch maar serieus nadenken over dat emigratieplan.”
Terwijl we naar huis lopen, kijkt Jort peinzend naar de sterren. “Weet je,” zegt hij, “misschien heeft ze ergens wel gelijk. Soms moet je gewoon luisteren naar de stilte.”
Ik wil net iets zeggen als Jort halt houdt, naar boven wijst en uitroept: “Of naar de maan. Kijk hoe mooi hij is, zie je dat?”
Ik kijk omhoog en zie alleen de volle maan die daar al eeuwig staat. En een roedel huilende wolven. Midden in de stad , mind you…






En.. een drone met een kruis waaraan hun jezus hangt met een bord waarop een woord staat: Inri