
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Ik heb het al vaker gezegd, geloof ik, maar ik ben klaar. Uitgepoept qua woorden aan elkaar rijgen. Wegens te veel moeten, te weinig te melden, te veel om de oren.
Mijn ouders kwakkelen. Over mijn vader maak ik mij zelfs zorgen: hij zou zomaar eens om kunnen vallen. En dan wil ik niet weten hoe mijn moeder verder moet met haar leven. Of ze überhaupt verder wíl leven. Hoe lang nog voordat ik wees ben?
Mijn lief gaat op reis. Voor lange tijd. Ze laat mij achter en op haar wachten. Nog een paar maanden en dan begint mijn hele leven weer opnieuw, omdat het hare verplaatst zal worden naar daar. Hoe lang nog voordat ik weer alleen ben?
Mijn kinderen zijn – zo goed als – uitgevlogen. En dat is goed zo. Nick zie ik nog maar sporadisch, die geniet van het studentenleven. Het is stil. Te stil. Ik mis zelfs onze onenigheden. Simone slaapt weliswaar nog thuis, maar dat was het dan ook wel. Van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat is ze de hort op. School, vriendinnen, af en toe een vriendje voor tussendoor.
Zoals het hoort.
In mei wordt ze 18. Na dit schooljaar grote knopen om door te hakken. Het liefst wil ze de brui aan het schoolleven geven en gaan werken. Ergens op kamers. Vrijheid. Haar eigen geld. Ik vermoed dat ze nog terug gaat komen van een koude kermis, maar ook dat zal ze dan maar moeten ervaren.
En ik? Ik kom niet verder dan dit. Samenvattende lulverhaaltjes over waarom ik niets meer presteer. Ik zit zelfs al met het idee te spelen om dan maar eens naar een psycholoog te gaan. Of een mindfulness coach. Leren hoe ik weer meer ‘in het moment’ kan leven, ‘in mijn energie’ kan staan. Een hele toer, want alleen bij het opschrijven van die woorden krijg ik al braakneigingen.
Ik voel me vastgelopen. Aan banden gelegd. Op de grond gesmeten. Iemand van mijn leeftijd zou zich juist steeds vrijer moeten gaan voelen. Weten waar ik sta in dit aardse bestaan. Op prestaties terug kunnen kijken. Nieuwe vrijheden ervaren en beseffen waar de rest van je bestaan heenleidt. Maar ik? Ik weet het niet meer.
Helemaal niets meer.
Laatst hoorde ik in een tv-serie een interessante uitspraak: “Vrijheid betekent niet dat je alles kunt doen wat je wilt doen. Vrijheid is dat je niet langer hoeft te doen wat je helemaal niet wilt doen.” Misschien moet ik dit maar eens als nieuw doel omarmen. Niet langer doen waar ik geen zin in heb. Goed, onder die jaarlijkse belastingaangifte zal ik niet uitkomen. Maar verder ben ik klaar met van alles moeten.
Misschien komt het ook door januari. Elk jaar in januari schijnt het dat ik op de een of andere manier afscheid moet nemen. Zo overleed vorig jaar rond deze tijd bijvoorbeeld mijn lieve buurvrouw Mona. En dit jaar zal ook wel weer bol staan van het weggaan.
Ik wíl dat niet. Ik wil geen afscheid meer nemen. En dus doe ik dat ook niet meer.
Daarom ben ik er vanaf nu soms gewoon even minder. En ja, mijn wekelijkse zaterdag hier op HoeMannenDenken zou daaronder kunnen lijden. Het zou zelfs zomaar eens kunnen zijn dat ik volgende week niets schrijf. Omdat ik er gewoon een keer totaal geen zin in heb. Omdat ik even niet wil. Omdat ik het niet meer weet.
Wat niet weet? Weet ik niet. En wil ik ook niet weten.



