Kennissen van mij (trauma- en verslavingspsychologen Kitty Korenprut en Walter Heldermist) zitten met mijn buurman, oom Jort, en mij aan een tafeltje in de kroeg. Voor de derde keer leggen ze omstandig uit dat ze geen psychologencollectief zijn, maar gewoon getrouwd.
Oom Jort zet daar voortdurend vraagtekens bij. Hij vraagt zich zuchtend af of een professioneel collectief met elkaar onder de lakens mag kruipen. Of dat ethisch verantwoord is, gelet op beider gezamenlijke cliënten.
Dan komt onze dorpsgenoot Teun binnen. Teun zit in een neerwaartse spiraal sinds hij werd ontslagen bij een onderzoeksteam dat walvissen bestudeert. Teun maakte wereldkundig dat veel walvissen luisteren naar de muziek van Frans Bauer, waarna zij massaal dood aanspoelen. Dat kostte Teun zijn baan.
Teun schuift een stoel bij en vraagt om hulp bij zijn probleem. ‘Kijk,’ begint hij omstandig te vertellen, ‘ik heb tegenwoordig een baan bij de lokale radiozender. Het probleem is: ik heb sinds kort een tamme, blinde uil. En ik ben zo gek op dat beest dat ik hem ook meeneem naar de radiozender. Het punt is: de uil is homo, en hij roept voortdurend “JOEHOE” als ik middenin de uitzending zit. Dat vinden de luisteraars niet leuk. En mijn vriendin Ans heeft ook al een bloedhekel aan mijn uil. Dat is niet bevorderlijk voor onze relatie. Dus, wat adviseren jullie mij?’
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, begint iedereen Teun te adviseren, niet gehinderd door de meeluisterende stamgasten. Waarbij niet onvermeld mag blijven dat Kitty en Walter al toe zijn aan hun vijfde wijntje, maar dit terzijde.
Het psychologencollectief legt Teun uit dat niet de blinde uil verantwoordelijk is voor zijn slechte relatie met Ans, maar dat hun haat-liefdeverhouding met spruitjes hen steeds verder uit elkaar drijft. ‘Dat hebben we je toch al verteld tijdens onze laatste afspraak bij ons op kantoor?’ voegt Kitty eraan toe.
Mijn aandacht verslapt en ik kijk naar het projectiescherm boven de bar, ook wel eens fluisterend Egovision25 genoemd. Een verlopen uitziende baron legt uit dat hij al vanaf zijn jeugd in een cabriolet rijdt, totdat de wind het dak spontaan van de auto blies.
‘Tja,’ zegt de baron, ‘dat was om den drommel geen sinecure, want ik crashte in de sneeuw en sindsdien ben ik mijn pijp kwijt… nondeju…’
Tijd om op te stappen. Waar gaat het heen met de wereld…







