
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Er zijn mensen die op zaterdagavond naar de kroeg gaan. Mensen die, ongeacht het weer, de barbecue aansteken, met een glas speciaalbier in de hand en een speklap op het rooster. En er zijn mensen die de kinderen in bed stoppen en vervolgens, onderuitgezakt op de bank, de zoveelste misdaadserie bingen.
Ik hoor niet bij die mensen. Ik ben een quizverslaafde. Niet zomaar een quizverslaafde, nee, een fanatieke, meedogenloze, oprechte liefhebber van kennisquizzen. Niet van die flauwe geluksspelletjes als Deal or No Deal of Miljoenenjacht, waar het slechts aankomt op het goed kiezen van een koffertje of iets dergelijks en niet op intellect. Nee, ik wil mijn brein kraken, mijn intelligentie testen, mijn algemene kennis voor mij uit blèren. Ik wil mijn zelfbeeld telkens opnieuw laten bevestigen of genadeloos aan diggelen slaan.
De Slimste Mens, Met het Mes op Tafel, Per Seconde Wijzer, 2 voor 12, you name it. Die laatste is sowieso de beste, puur vanwege Astrid Joosten. Hoe ze met een enkele supercharmante blik iemand alsnog volledig kan laten instorten. Genieten. Maar toch heb ik de indruk dat de ware kennisquizzen, die waarbij je echt nog iets moet weten, aan het wegkwijnen zijn. Het worden er steeds minder! Een zorgwekkende ontwikkeling.
Vroeger had je bijvoorbeeld nog zoiets als de Nationale IQ-test, ooit een hoogtepunt, nu onder het tapijt gemoffeld. IQ’s moet je immers niet meer willen testen. Dat is niet inclusief. En wat nog erger is: dan zou je meteen zien dat we collectief dommer geworden zijn. Tenzij de vragen alsnog afgestemd worden op het gemiddelde TikTok-brein. Nee, dan toch maar liever gewoon niet meer meten.
En jaren geleden, volgens mij ergens in de coronatijd, had je de 1% Quiz, op RTL geloof ik. Was maar een keer of vijf, toen stopte het ineens. Vanwege corona? Wie het weet, mag het zeggen. Dát was pas een quiz! Niet alleen domweg feiten spuien, nee, échte logica. Reeksen aanvullen. Redeneervermogen. In Duitsland heb je die quiz nu nog steeds, maar mijn Duits is te slecht om daaraan mee te kunnen doen.
De hedendaagse concepten voor quizshows zijn sowieso om te huilen. Neem De Cirkel, het nieuwe spelletje (en speeltje) van Sanne W.d.V. Een interessante opzet, dacht ik nog. Totdat bleek dat het meer ging om ‘leuk doen’ en veelkletsen dan om daadwerkelijke kennis. Een overdaad aan loze prietpraat. Sanne, hou op, alsjeblieft? We zijn hier niet voor een theekransje, we willen vragen! Facts!! Antwoorden! Geen geforceerde gezelligheid alsof we op een verjaardagsfeestje van een vage kennis zitten.
Of je hebt iets vaags als The Jump. Een paar idiote stellingen waarvan je denkt: hè, dat weet ie niet?!? Vervolgens spring je vol overgave in het gat, omdat je niet wist dat James Bond zijn cocktails (martini’s, ja) shaken, not stirred bestelde. Wat een lol. Dan denk ik met weemoed terug aan Lingo. Dat was verplicht voer voor een taalnerd als ik. Heerlijk ontspannend om anderen “BAKJE!” te horen schreeuwen, om ze vervolgens volledig te zien falen bij het spellen van het woord ‘TREIN’. Maar ook Lingo is stilletjes van de buis verdwenen. Geen afscheid, niks. So sad.
Maar goed, het mooie aan kennisquizzen op tv is dat ik, in mijn eentje thuis op de bank, altijd win. Ik ben sneller dan de kandidaten, slimmer dan de experts en ik scoor steevast meer punten dan al die suffe wannabe BN’ers die enkel voor de grap meedoen. Totdat ik een keer echt mee zou doen, natuurlijk. Ik weet zeker dat ik dan halverwege de eerste ronde zou stranden, stotterend bij een simpele vraag als ‘Wat is de hoofdstad van Burkina Faso?’ En dat het dan eeuwig blijft steken dat ik snoeihard “Nairobi” riep.
Maar ik blijf kijken, blijf spelen, blijf mezelf uitdagen. Want het alternatief is ronduit verschrikkelijk: tv-programma’s waarin mensen elkaar huilend in de armen vallen omdat ze ‘hun ware ik hebben gevonden’ in een bosrijke omgeving. Of al die eeuwige kletsprogramma’s: samen om de tafel zitten en quasi-deskundig keuvelen over zaken waar niemand die daar zit ook maar enig verstand van heeft. Nee, dank je. Doe mij maar een stevige kennisvraag. En een glas speciaalbier. Maar dan wel terwijl ik 2 voor 12 kijk.
Astrid, als je dit leest: bel me. Ik weet in het echt álles over Burkina Faso. Beloofd.




In mijn middelbareschooltijd, die eindigde in 1964, hadden de dwaze gedichtjes en quotes van John O’Mill een vorm van populariteit verworven onder de leerlingen.
Bij het lezen van dit stukje moest ik denken aan een uitspraak van hem “Het liefst is mij een twistgesprek zoals Ik en Ik vaak voeren, daar ik dan direct die grote bek zo mieters weet te snoeren”