
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Het is zover. De ouderdom heeft ook mij bereikt. Dat zeg ik niet omdat mijn knieën kraken als ik de trap oploop of omdat ik tegenwoordig meer kreun dan praat als ik uit mijn luie stoel opsta. Dat is namelijk al jaren het geval en doe ik eufemistisch af als ‘groeiende wijsheid’. Nee, mijn ware bejaardenverklaring kreeg ik vorige week, toen ik merkte dat de letters in de krant steeds harder begonnen te wiebelen. Alsof ze op een illegaal acid-feestje waren beland.
Een bril. Ik zal eraan moeten geloven. En het is zelfs nog erger: die bril moet zowel voor veraf als dichtbij zijn. Bifocaal, varifocaal, multifocaal, whatever; zo’n bril die uitschreeuwt dat mijn ogen nu definitief in de laatste helft van hun bestaan zijn aangekomen. Alsof ik met een groot uithangbord rondloop, waarop staat: ‘Deze oude, mogelijk verwarde, witte man nadert met rasse schreden die vermaledijde uiterste houdbaarheidsdatum!’
De opticien is zo’n veel te vrolijke, net afgestudeerde millennial van rond de vijfentwintig, hooguit dertig, met een superstrak montuur waar zelfs een degelijke Duitse architect jaloers op zou zijn. Hij probeert me enigszins gerust te stellen.
“U zult zien, meneer, zo’n bril verandert uw leven!”
“Dat geloof ik meteen,” antwoord ik droogjes. “Vanaf nu kan ik tenminste elke ochtend in de spiegel zien hoe oud ik daadwerkelijk ben.”
Hij grinnikt ietwat ongemakkelijk en zet me achter een apparaat dat verdacht veel wegheeft van een mislukte martelmethode uit de jaren vijftig. “Kunt u dit nog lezen?” vraagt het jongetje enthousiast.
“Wat?”
“Precies. Hoog tijd voor een multifocaaltje!” roept hij, wederom veel te opgewekt.
Als het moment daar is, krijg ik een keur aan brillen op mijn neus gedrukt. “Deze staat u práchtig, hoor,” kraait de knul, terwijl ik mijzelf in de spiegel aanschouw en me afvraag of hij dezelfde man ziet als ik. Die man in de spiegel lijkt namelijk verrekte veel op mijn vader, zo rond zijn pensioenleeftijd.
Uiteindelijk kies ik noodgedwongen een montuur dat volgens hem ‘erg trendy’ is. Als bijna vijftiger weet je het dan wel, want ‘erg trendy’ betekent vooral: ‘Je ziet eruit als een middelbare eikel die wanhopig zijn leeftijd probeert te ontkennen’.
“Over circa twee weken is uw bril klaar,” meldt de opticien tevreden. “U zult verbaasd zijn hoeveel details u ineens weer ziet!”
En inderdaad. Twee weken later staat de haarscherpe werkelijkheid ineens weer in volle glorie voor mijn ogen. Helaas is die echter niet zo fraai als ik me herinnerde. In de spiegel blijken mijn rimpels blijken ineens diepe kloven. En ik moet nodig mijn tanden bleken… De berichten in de krant zijn nu nóg ellendiger dan ik tot dusver had meegekregen en zelfs het scherm van mijn telefoon laat ineens zien dat mijn geliefde Insta-beauties – ja, ik heb een gluuraccount – ook maar gewoon menselijk met poriën (en meer) zijn. Buiten is het gras ineens een stuk groener, maar vooral omdat ik nu elk afzonderlijk sprietje kan onderscheiden. Bijna misselijkmakend. Ook blijkt mijn autoruit dringend aan een wasbeurt toe. Dat insecten-massagraf dat ik voorheen nooit zag, moet weg. Nu meteen.
Maar het ergste moet nog komen. Judgment day thuis. Als ik naar binnen loop, kijkt Simone me aan en begint meteen te lachen. “Pap, serieus? Een bril? Een multifocale zelfs? Oké, dan ben je nu dus echt officieel stokoud!”
Ik haal zuchtend mijn schouders op. “Ach, vanaf nu kan ik tenminste goed zien welke groenten jij steeds weer op je bord laat liggen.”
Ze schudt meewarig haar hoofd. “Ik geloof ook niet dat je ogen het enige probleem zijn, paps. Misschien toch maar een gehoorapparaatje erbij?”
Neuh, bedankt.
En zo zet ik mijn bril weer op, nu als een schild tegen jeugdige spot en de onverbiddelijke tijd. Oud worden doe je in fases. En vandaag heb ik er weer eentje met glans doorstaan. Nu alleen nog even wennen aan mijn nieuwe kijk op het leven.



