
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Ik weet het; dit stukje is mosterd ver, héél ver na de maaltijd, maar ik heb vorige week sinds jaren weer eens naar het Eurovisie Songfestival gekeken. Ja, zelfs naar de twee voorrondes. Ik heb het uitgezeten. Die hele gifbeker leeggedronken. En dat feit wilde ik hier toch wel even trots vermelden.
Want heel eerlijk? Het was geen pretje. Als je dit zooitje ongeregeld bij elkaar ziet, kun je maar één ding doen: non-stop facepalmen. Het is alsof je in een parallel universum bent beland waarin elke vorm van gezond verstand officieel is afgeschaft en vervangen door een verplichte dosis glitter, kitsch en hysterische uitbarstingen.
Laten we eerlijk zijn: het Eurovisie Songfestival is allang geen festival meer voor liedjes. Het is een jaarlijkse bijeenkomst van extravagante types die onder invloed lijken te zijn van alles behalve gezond verstand. Fluorescerende kippen en brandende piano’s waren er dit jaar misschien niet te zien, maar ik vroeg me meermaals af hoeveel coke er doorheen gejaagd moet worden voordat je besluit dergelijke acts op het podium te zetten.
Ik zag feeërieke dames met rare hoofdtooien in semi-gouden pakjes die ongecontroleerd heen en weer sprongen alsof ze auditie deden voor een epileptische versie van het Zwanenmeer. Ik zag een zangeres in een zanderige regenbui – waarbij ik vooral medelijden had met de act na haar, want hoe ruim je die rotzooi zo snel weer op?
Ik zag een ode aan de sauna en aan het vrouwelijk orgasme (“Ich komme!”). En die Maltese troela op haar roze skippybal had best wat meer haar best mogen doen om die bal onder controle te houden.
De songs zelf leken dit jaar wederom bedacht door iemand die een willekeurig woordenboek samen met een boze kat in een blender had gegooid. En dan nog steeds denken dat een beetje schreeuwen hetzelfde is als zingen. Alles grotendeels met dezelfde formule: een paar vage Engelstalige teksten die iets met ‘love’ en ‘peace’ prevelen, afgewisseld met folkloristische herrie. Elk nummer lijkt te eindigen in hysterie. Alsof ze bang zijn dat we ineens merken hoe matig het liedje eigenlijk was.
Ik blijf me verbazen over de collectie krankzinnigheden die dit evenement elk jaar weer tentoonspreidt. Ik zou het dan ook helemaal begrijpen als er ergens ter wereld een dictator meewarig meekijkt en vervolgens denkt: “Bommetje erop. Dit valt niet meer te redden.” Maar goed, dat mag je tegenwoordig niet meer zeggen, want we moeten allemaal lief en inclusief zijn.
En trouwens, niet dat ik een expliciete afkeer heb van dat oorlogsgekke Israël of zo (en als dat zo was, mag je dat óók al niet zeggen), maar ik was toch opgelucht dat Oostenrijk won. Anders was er vast weer een complete diplomatieke rel – of erger – ontstaan. Ik vind dat landen die in oorlog zijn, sowieso niet mee mogen doen aan een Songfestivalgebeuren dat prat gaat op haar vredesboodschap en dat zogenaamd a-politiek is (not). En landen die niet echt tot het werelddeel Europa behoren, zoals Australië en dus ook weer Israël, hebben daar in mijn ogen ook niets te zoeken. Het is EUROvisie, goddorie!
Maar goed, dat even buiten beschouwing gelaten, was ik vooral óók blij dat Oostenrijk won vanwege de stem van dat knulletje (JJ, geloof ik?). Die was werkelijk bombastisch. Hij won met goede zang een zangwedstrijd. Dat wat een Songfestival eigenlijk behoort te zijn – niet het circus met melodieuze begeleiding dat het inmiddels geworden is. Goed om te zien dat simpel zangtalent toch ook nog wel eens beloond wordt.
Enfin. Misschien ben ik gewoon te cynisch geworden voor deze gekte. Misschien ben ik inmiddels zo afgestompt dat ik niet meer kan genieten van een slecht liedje dat met veel te veel enthousiasme gebracht wordt door iemand die nog steeds niet snapt dat vuurwerk en nep-regen je liedje niet beter maakt, alleen duurder.
Hoe dan ook, volgend jaar kijk ik waarschijnlijk weer. Gewoon, omdat ik blijkbaar zo nu en dan een extra dosis frustratie nodig heb. En omdat het stiekem toch best vermakelijk is om mensen zoveel hartjes en kushandjes te zien maken voor iets waar ik met de beste wil van de wereld geen snars van begrijp. Misschien ligt daar wel het geheim van het Songfestival: collectieve gekte als het ultieme bindmiddel voor een verdeelde wereld.
Of ik koop gewoon wat meer sterke drank in. Want nuchter is dit toch bijna niet te doen.
