
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
De voordeur is stuk. Eigenlijk al weken, maar ik ben nu eenmaal van het soort dat een probleem eerst negeert en vervolgens een tijd lang observeert, in de hoop dat het zichzelf wel oplost (helaas gebeurt dat maar zelden).
Het probleem: de deur valt niet meer in het slot. Zelfs niet als je hem dichttrekt. Ik kan trekken en duwen wat ik wil, hij blijft openwaaien. Daarom draai ik nu, telkens wanneer ik naar binnen (of buiten) ga, de sleutel meteen om. Probleem opgelost. Mij maakt het niet uit; zo blijft de deur dicht, dus is het goed.
Vandaag krijg ik bezoek. Lisa komt langs. Gezellig koffie drinken en bijpraten, zoals we vaker doen. Lisa is een vriendin zonder gedoe (nou ja, momenteel dan). Ze is al jaren “platonisch vertrouwd”. Met Lisa heb ik al van alles meegemaakt. Veel relationele ellende ook. En we geven elkaar te pas en te onpas advies. Kortom: buddy’s sinds jaar en dag. Lisa kent mij. En ik ken Lisa. Dacht ik.
Ze belt aan, ik open de deur, zij stapt naar binnen en ik draai automatisch de sleutel om. Op slot. Met een wagenwijd geopende deur bijkletsen is immers ook zowat… En bovendien: het tocht.
Meteen voel ik Lisa’s blik. Ze verstijft, kijkt naar mijn hand die nog op de sleutel nog rust en vervolgens naar mijn gezicht. Haar ogen zijn groot, haar blik een mengeling van schrik en lichte paniek.
“Eh, wat doe je daar?” murmelt ze aarzelend.
“De deur,” antwoord ik, verontschuldigend wijzend naar de voordeur des onheils achter me. “Die sluit anders niet.”
“Oh. Aha,” zegt ze, alsof ze het snapt. Maar haar ogen zeggen iets anders. Haar houding verandert direct. Ze schuifelt voorzichtig naar binnen alsof ze plots bang is dat ik een of andere verborgen agenda heb. Dat ik een heimelijke psychopaat ben die nu eindelijk zijn jarenlang gekoesterde, zieke verkrachtings- en moordplannen ten uitvoer gaat brengen. Het is alsof jarenlange vriendschap in één sleutelomdraai volledig teniet wordt gedaan.
Tijdens de koffie blijft ze enigszins afstandelijk. Ze glimlacht meerdere keren, maar kijkt ook regelmatig in de richting van de voordeur, alwaar ik de sleutelbos demonstratief in het slot heb laten hangen. Analyseert ze nu haar vluchtroutes? Blijkbaar ben ik ineens niet meer de goeiige, onschuldige vriend Denis, maar een potentieel verdachte engerd. Ik begrijp ergens wel dat ze zich wat ongemakkelijk voelt, maar toch doet het pijn. Hoe kan het dat ik, met al mijn goede bedoelingen en jarenlange bewijslevering dat ik een goedzak ben, in luttele seconden zó onbetrouwbaar geworden ben?
Bij Lisa’s eerste signalen dat ze weer op huis aan wil, sprint ik naar de voordeur en draai die bijna overdreven snel weer van het slot. De deur gaat als vanzelf open.
“Sorry voor, eh, het gedoe,” mompel ik nog, al weet ik niet eens precies waarvoor ik me eigenlijk verontschuldig. Welk gedoe? Een dichte deur? Lisa glimlacht me geruststellend toe (althans, ze probeert het), maar in mijn ogen blijft ze toch achterdocht uitstralen.
Als ze weg is, vraag ik me af of vrouwen ook zo bekeken worden als zij hun deur achter het zojuist binnengetreden bezoek op slot draaien. Misschien moet ik daar eens een onderzoek naar doen. Ik weet wel dat ik de volgende keer gewoon een portier in smoking huur. Mag vreemd zijn, maar dan blijft mijn reputatie tenminste in tact, want dan doet híj de deur dicht en niet ik. Of nog beter: vanaf nu ontvang ik alle bezoek gewoon via het keukenraam. Minder argwaan, en vooral: meer frisse lucht.




