Zoon, gediagnostiseerd met McDD, zit middenin zijn pubertijd. Voor vele jongeren is het een pittige periode. Voor onze zoon lijkt het een leven in steeds diepere krochten te worden. En hoe meer hulplijnen we uitwerpen, hoe verder hij de donkere spelonken in kruipt.
Zoon weet niet wat hij met zichzelf aan moet. Hij is bijna 17, en dus maakt hij eigen keuzes. Niet luisteren naar je ouders is een heel natuurlijke ontwikkeling op die leeftijd. Wij willen hem heel graag die vrijheid geven en we denken dat het ook goed is om hem af en toe op zijn bek te laten gaan. Kom er maar achter dat bepaalde keuzes consequenties hebben. Wil je niet werken? Prima. Heb je geen geld om naar een pretpark te gaan? Eigen schuld; je kón gewoon een paar dagen per week geld verdienen. Maar ja… Met McDD werkt het toch allemaal net anders.
Onze zoon kampt met een zeer laag zelfbeeld. Vrienden van hem gaan naar regulier onderwijs, kunnen zelfstandig dingen ondernemen, krijgen vriendinnetjes. Zoon niet. Hoe graag hij ook zelf dingen zou willen kunnen, hij kampt met de destructieve mentale muren die McDD met zich mee kan brengen. Dat besef duwt hem de psychische afgrond in.
Het lijkt op een vicieuze cirkel. Zoon wil dingen kunnen, maar komt er achter dat het hem niet gaat lukken. Dat tast zijn zelfbeeld aan en om dat te overschreeuwen onderneemt hij van alles wat destructief voor hem is. En omdat hij dat doet, is hij niet in staat om dingen nog te kunnen.
Inmiddels zijn we op het punt aanbeland dat hij weer in de agressie schiet. Als ouders snappen we heel goed dat hij scheldt uit onmacht. Gelukkig begrijpt de begeleiding van de woongroep dat ook.
We voelen ons echter machteloos als hij met een mes dreigt te gooien, of als hij uit woede van de woongroep wegloopt. We weten niet meer hoe we het moeten aanpakken als hij vertelt dat hij een hele nacht over straat heeft gedwaald, terwijl we dachten dat hij uit logeren was. We schieten vol in de stress als we zien dat hij op een bepaalde plek rondhangt, maar tegen ons iets heel anders beweert.
Het is nu heel makkelijk om didactisch advies te geven. Ja, pubertijd, we weten het. We zijn ook jong geweest. Klopt.
Tuurlijk is het slim om hem thuis te houden. En we kunnen hem ook dwingen om deze zomer op de woongroep te blijven. Of we beginnen een militaristisch regime, waar flinke represailles volgen als hij zich niet strikt aan de regels houdt. Ik hoor het u denken.
Maar we houden van onze zoon. En we raken hem nog veel sneller kwijt als we hem niet een beetje laten fladderen.
Nu zegt hij nog zo heel af en toe dat hij diep ongelukkig is. Dat hij het niet erg vindt als hij er morgen niet meer is. Hij wil nog weleens stiekem influisteren dat hij hulp nodig heeft.
En dat doet hij juist omdat hij wat vrijheid krijgt.
Als we hem super strak gaan houden, zijn we bang dat hij uiteindelijk zal stoppen met praten.
En dan zijn we hem voorgoed kwijt.
Meer blogs over McDD lezen? Klik hier.






