Er is hoop, altijd, overal,
’n Lijster op een boomtak, zomaar,
Sopraan van ’n nieuw begin;
Dear prudence van The Beatles op repeat
In wit besneeuwde winterlandschappen
Die richting voorjaar zijgen;
Stomende funk in ’n kroeg
Waar elk gezicht je vreemd is
Maar bekend voorkomt;
Oogcontact, even maar,
Met de dame in de tram
Met de brede heupen en de gulle lach;
Eén dag geen bommen op een land,
Mensen in de schuilkelders,
Troostwoorden bij de graven;
Voorbijgangers die je aankijken
Alsof het mensen zijn,
Alsof mobiele telefonie nooit werd uitgevonden;
Een crisis, hongersnood, watersnood,
Afgewend door een solidariteitsgolf
Die plots ’t land door stuift;
Eenieder een dak boven zijn of haar hoofd,
Geen kille woontoren, maar ’n knus huisje
met een tuintje waarin vlinders dwarrelen;
Er is hoop, altijd, overal,
’n Ooievaar op ’n dak, zomaar,
Aankondiger van ’n nieuw begin;
Woorden van ’n vriend, ’n schrijver, ’n vreemde,
Gespeend van vals sentiment,
Die de snaar weten te toucheren;
Ja, een mens mag toch hopen,
Niets is al te laat, alles nog open,
Niets kan je dromen tot stilstand nopen.
Tweede deel van het yin-yang-duogedicht ‘Geen hoop / hoop’. Het eerste deel ‘Geen hoop’ vindt u hier.





