
Bron: Photo by hotblack at Morguefile.com
Een doodgewone donderdagavond in een meer dan doodgewone woonkamer. Simone zit op de bank met een plaid en een air van wereldse desinteresse, ik aan de eettafel met een mok lauwe matcha in plaats van kamillethee, want het leven moet wel een béétje spannend blijven. Buiten ruist het verkeer. Binnen ruist de generatiekloof.
We doen een soort van wedstrijdje: wie weet de meeste online-ongein van weleer op te rakelen. Uit de tijd dat het internet nog iets voorstelde. Toen dat wat mensen deelden, nog écht lollig was. ‘Vintage humor’ noemt Simone dat. Ik noem het gewoon therapeutisch materiaal voor de geestelijk verdwaalden.
“Wat heeft drie letters, soms vier letters, altijd zes letters en nooit vijf letters,” roept ze meteen enthousiast.
Alsof we in een slechte pubquiz beland zijn… Ik kijk haar aan met de blik van een doorgewinterde scroll-veteraan.
“Klopt als een zwerende vinger!”
“Mèh,” zegt ze. “Je kende hem al.”
Ik kan het grijnzen niet laten. “Tuurlijk. Want ik heb mijn Facebook nog. En een heleboel andere verborgen talenten.”
“Oh? Welke dan?”
“Weet ik niet. Allemaal verborgen, hè.”
Ze zucht, maar moet ook lachen. Tegen wil en dank.
Maar ik doel niet op slappe mopjes. Ik wil filmpjes! En Simone mag dan de koningin van de memes zijn, maar ik weet nog hoe het was om acht uur (of langer) te moeten wachten op de download van het seksfilmpje van Pamela Anderson en Tommy Lee. En dan deed ie het nóg niet. Zij groeide op met een nooit aflatende stroom van TikTok-filmpjes, YouTube shorts en Insta reels. Ik ben gevormd door Fok.nl, Dumpert en Russische dashcams die in één frame het absurde met het noodlot wisten te combineren.
Ik graaf wat oeroude filmpjes (geen shorts) van De Lullo’s uit de krochten van het internet. Simone kijkt naar het scherm en dan naar mij, alsof ik haar zojuist in alle ernst heb voorgesteld om samen naar een dia-avond van het Nederlands Vestingmuseum te gaan.
“Ken je ‘LuckyTV’ dan nog? Of was dat ook al voor jouw tijd?” probeer ik.
“Die lieten de koning en politici allerlei rare dingen zeggen, toch?”
Dat klinkt op de een of andere manier helemaal niet grappig. Of überhaupt anders dan anders. Maar goed, het laatste filmpje van LuckyTV stamt ergens uit ’21 of ’22; toen was Simone net een jaar of 14. Dus eigenlijk is het al een wonder dat ze het kent.
“Doen ze op de socials nu ook, trouwens, van die gefakete filmpjes posten. AI, hè. Bérgen nieuwerwetse politieke ongein voor ons semi-bejaarden. Ideale doelgroep, want wij geloven tenminste nog dat alles wat je met je eigen ogen ziet, echt is.”
Ze fronst. “Ik dacht dat jij tegen social media was?”
“Ik ben tegen mensen. Social-media-allergie is daar een bijverschijnsel van. Maar soms zit er onverwachts toch nog iets acceptabels tussen.”
Ze grinnikt. Ik noteer in mijn hoofd een punt voor mezelf. Vervolgens komt ze zelf aanzetten met TikTok-filmpjes waarin mensen in hun eentje hele toneelstukken opvoeren met zichzelf in verschillende rollen en hoedanigheden. Ik zeg droogjes dat dat in mijn tijd Jiskefet heette en daar tenminste nog een gezonde dosis alcohol in zat. Met weemoed denk ik terug aan Debiteuren Crediteuren. Stiften!
“Maar effe serieus, hè,” zeg ik, “dat is nu juist het punt [over welk punt ik het heb, weet ik zelf ook even niet]: de mens heeft humor nodig die de hersens even lekker lamlegt. Geen gezeik. Gewoon stom. De voorloper van jouw TikTok-feeds, maar dan zonder dansjes en met minder zichtbare voorgevels.”
Ze probeert haar gezicht in de plooi te houden, maar ik zie een spiertje trekken bij haar mondhoek. Of het een lach is, weet ik niet. Eerder medelijden, denk ik.
We raken op dreef. Ik zoek Koefnoen op. En Rembo & Rembo. En die ene vent die zijn ex op Marktplaats wilde slijten (‘gratis af te halen: tweedehands vrouw met gebruikssporen, soms last van lekkage’). De Regelneef van Van Kooten en De Bie, die nu vast als TikTok-filter teruggekeerd is; via de achterdeur terug naar de jaren tachtig! Zondag met Lubach voor de deugdrift. GeenStijl voor de cancelcultuur avant la lettre. Ja, toen was het internet inderdaad nog leuk.
“Oh, en ik weet nog dat ik mijn eerste virus kreeg door op een nepbericht te klikken. Iets met ‘bekijk hier de blootfoto’s van Katja Schuurman’,” vertel ik lichtelijk beschaamd.
Simone’s blik spreekt boekdelen. Alsof ik zojuist openlijk heb toegegeven dat ik al twintig jaar lid ben van een filatelistenclub.
“Je snapt toch wel dat van onze generatie niemand nog een zier geeft om Katja Schuurman, hè pap?”
“Natuurlijk niet. Daarvoor zijn er nu influencers. Een overload aan self-made Katja’s, maar dan zonder lak of smak.”
Als Simone haar telefoon pakt en wegloopt om haar vriendje te appen, blijf ik achter met mijn inmiddels koude matcha en een laptop vol geschiedenis. Maar mijn innerlijke puber heeft weer even geschud van het lachen. Tegelijk vraag ik me af of deze – eerst offline en later online – flauwekul onze generatie destijds misschien wel heeft gered. Niet qua leven, maar wel van de uitzichtloosheid ervan. Toen mócht je nog lachen om grove stereotyperingen. Tegenwoordig moeten we het doen met policor AI-memes.
Simone steekt haar hoofd nog even om de hoek van de deur. “Pap?”
“Ja, puddinkje van me?”
“Waarom heb jij eigenlijk nog Facebook?”
“Voor de kattenfilmpjes natuurlijk.”
Ze knikt begrijpend. “Oké dan.”
En dat is het moment waarop ik besef: we zijn dan misschien niet van dezelfde generatie, maar we spreken toch wel dezelfde taal. Alleen met een totaal ander accent.


