– ‘Ochtenderecties, heerlijke ochtenderecties. De laatste voor 5 euro. Wie maakt me los?’
– Goedemorgen, marktkoopman. Mijn zus zei dat ik even bij u langs moest gaan, omdat u zulke verse groenten heeft. Hoor ik nu, dat u ook ochtenderecties heeft?
– Zeker, mevrouw. ‘Ochtenderecties. Heerlijke ochtenderecties. Wie maakt me los?’
– Nou, ik ben al tachtig, maar u heeft zo’n warme stem. Doet u mij er maar één.
– Dat kan niet, mevrouw. Ze gaan per kilo.
– Is dat voor een hele week?
– Zeker. Iedere dag een ochtenderectie houdt u gezond. Ze zitten vol met vitamines en mineralen. Maar wel opletten, want ze werken vochtafdrijvend.
– Hè, dat is nou vervelend. Zit u me net lekker te maken, zijn ze vochtafdrijvend. Op mijn leeftijd krijg ik ze dan niet meer naar binnen.
– Dat is de natuur, mevrouw. Mijn ochtenderecties zijn absoluut vochtafdrijvend. Als u daar gevoelig voor bent, dan kunt u ze beter niet nemen.
– Maar ik heb er zo’n trek in. In gedachten zie ik ze al voor me. Dan lig ik straks in bed en denk ik, had ik ze maar genomen.
– Dan moet u ze niet koken, maar rauw innemen met een botersausje. Dan blijven ze stevig en schuift u ze zo naar binnen.
– Oh, ik kan niet wachten. Komt u dan iedere dag bij mij langs?
– Mevrouw, ik verkoop asperges. Als u wilt dat ze thuisbezorgd worden, dan kunt u beter bij Picnic bestellen.
‘Ochtenderecties, heerlijke ochtenderecties. Wie maakt me los?’




