Zo langzamerhand begin ik toch wel wat problemen te krijgen; de AI doet me danig de das om en trekt nog eens even stevig aan de uiteinden. Ik heb me altijd een rijk man gevoeld, ook al had ik nooit echt veel geld. Ik heb een eigen huis (ja, wel met vette hypotheek), een auto (oké, een oude bak), kon tot nu toe mijn energierekeningen betalen en had altijd genoeg te eten. Over die ene boterham meer of minder maakte ik mij nooit zorgen. Het miljonairsgevoel was mij niet vreemd.
Maar in de huidige woke tijd voel ik mij meer ‘transfinancieel’: ik ben een miljonair, gevangen in het lichaam van een arme sloeber. Dat klinkt wellicht als aanstellerij. Dat is het natuurlijk ook. Maar toch is het serieus. Vroeger wist ik precies waar ik stond. Middenklasse. Degelijk. Niet zielig, niet decadent. Iemand die bij de slager niet naar de prijs keek, maar ook niet ineens een pond Ibericoham in de winkelwagen kieperde, gewoon omdat het kon.
Nu is alles diffuus. Geld is iets abstracts geworden. Het bestaat vooral uit apps, grafieken en mensen die op LinkedIn uitleggen wat jij fout doet. En hóé fout je het wel niet doet. Intussen zie ik om me heen jongeren van begin twintig met een startup, een lease-Tesla en een burn-out, terwijl ik twijfel of ik deze maand een pakje roomboter ga kopen of toch maar bij de margarine blijf. Uit principe. Of uit armoede. Dat onderscheid is ook vervaagd.
AI helpt daar niet bepaald bij. Vroeger was ik iemand met een vak. Ik schreef. Ik dacht. Ik observeerde. En schreef weer verder. Nu kan een algoritme in drie seconden een tekst uitpoepen waar de gemiddelde marketingafdeling meteen collectief natte ogen van krijgt. Inclusief emojis en “call to action”. Inclusief ziel. Weliswaar kunstmatige ziel, maar blijkbaar volstaat die in de huidige tijd.
Ik kijk ernaar zoals een schoenmaker kijkt naar een 3D-printer die ineens schoenen maakt. Niet eens zo heel slechte schoenen. Gewoon schoenen. Goed genoeg om op rond te stampen. En dat is het probleem. Goed genoeg is tegenwoordig uitstekend. Middelmatig is perfect zat.
Dus ach, financieel gaat het nog nét. Maar transfinancieel zijn, is het drama. Ik voel me nog steeds best wel rijk, maar word inmiddels behandeld als ‘weer zo’n zzp-sloeber die zijn hand moet ophouden’. Ik heb bezit, maar geen toekomstzekerheid meer. Ik heb ervaring, maar dat is iets wat vooral oudere mannen hebben en dat is tegenwoordig enkel nog maar verdacht.
Misschien moet ik het omarmen. Mijn nieuwe identiteit. Ik identificeer me als miljonair. Niet in euro’s, maar in levensjaren, fouten, mislukkingen en verlicht cynisme (nee, niet despotisme; nog niet). Dat laatste, cynisme, heb ik onderhand in overvloed. Mocht iemand daar een subsidiepotje voor weten, hoor ik het graag.
Tot die tijd blijf ik doen wat ik altijd deed. Schrijven. Mopperen. Nagels bijten. Doen alsof ik het allemaal wel doorheb. En stiekem hopen dat de AI zichzelf binnenkort zo slim vindt dat hij besluit dat mensen eigenlijk overbodig zijn. Dan zitten we tenminste allemaal in hetzelfde schuitje.
Arme sloebers met grootheidswaan.
Of miljonairs zonder werk en geld.
Kies maar.


