Zoon, gediagnostiseerd met McDD, wordt binnenkort 18 jaar. Voor hem betekent dit dat hij weg moet uit de woongroep en wij een keuze moeten maken. Denken wij dat hij zelfstandig kan wonen, moet hij begeleid wonen of wordt het toch beschermd wonen?
Zelf vindt hij dat hij ongelooflijk zelfstandig is en prima voor zichzelf zorgen kan. In zijn gedachten woont hij binnenkort in een prachtig huis, volledig zelfstandig. We hebben die ballon moeten doorprikken, hem duidelijk gemaakt dat een huis nu eenmaal geld kost en hij dan sowieso een vaste baan zou moeten hebben. Gelukkig beseft Zoon dat een vaste, reguliere baan niet tot de opties behoort; hij moet zich dan aan de regels houden en dat lukt hem niet zo goed.
Dan maar begeleid wonen, vond hij. Een uurtje verplicht, dus met tegenzin, lullen met iemand die denkt verstand van zijn leven te hebben, in ruil voor een eigen huis. Waar hij lekker kan gamen, koken, roken en oeverloos vrienden kan ontvangen. Preventief had hij al bijna een hond gekocht, 14 katten overgenomen en hij had alle slaapkamers al beloofd aan vrienden die niet meer thuis kunnen wonen.
Ook deze bubbel moest kapot. “Zou je eens willen nadenken hoe je nu je bankzaken regelt? En vind je dat je de dagelijkse routine bijvoorbeeld zelfstandig kan uitvoeren? Lukt het je om elke dag twee keer je tanden te poetsen?”
“Nee, maar moet dat dan?”
Toen we tot hem konden laten doordringen dat in dat geval van hem verwacht wordt dat hij dit soort dingen zonder begeleiding voor elkaar moet kunnen krijgen, snapte hij wel dat begeleid wonen ook geen optie was.
Waarom moet je als ouder je eigen kind duidelijk maken dat hij ergens niet toe in staat is, terwijl je hele basis is om je kind te stimuleren in datgene waar hij juist goed in is?
We komen uit bij beschermd wonen. Precies wat Zoon niet wil. Want hij wordt beperkt in zijn vrijheid, vindt hij alvast.
Maar gelukkig konden we hem een paar foto’s van een appartement laten zien, waar hij mogelijk kans op maakt. We konden hem ervan overtuigen dat beschermd wonen anders is dan leven in een woongroep. Hij mag zoveel mogelijk zelfstandig zijn, maar kan 24 uur per dag een beroep op begeleiding doen. Daarbij zal er iemand zijn die hem met zijn financiën zal helpen, er komt een mentor die gaat bespreken welke keuzes verstandig zijn en welke minder slim. Er is iemand die hem wijst op zijn dagelijkse taken.
Dat is in ieder geval het ideaalplaatje.
Maar Zoon heeft McDD. Dat is een stempel die vele deuren geopend heeft, maar er net zoveel keihard heeft doen dichtslaan. Het was vrijwel onmogelijk om een woongroep te vinden, en nu mogen we op zoek naar een woning. Die zoektocht gaat gepaard met tientallen instanties met een mening, honderden formulieren waar je elke keer weer dezelfde informatie moet invullen, organisaties die vooral goed zijn met het woord ‘nee’ en gigantisch veel stress opleveren.
We zien door de bomen het bos niet meer, maar gelukkig hebben we dappere houthakkers van zijn school en een paar instanties die voor ons een pad dat bewandeld kan worden aan het vrijmaken zijn.
We moeten alleen onze zoon nog mee zien te krijgen.
Meer blogs over McDD lezen? Klik hier.







