Vijftig. Een leeftijd die ik vooral met vroeger verbind. Met ooms die pijptabak of sigaren rookten, enkel “vroeger was alles beter” murmelden en hun kunstgebit in hun mond om konden keren. En nu ben ik het zelf. Weliswaar zonder pijptabak, maar reeds met lichte kunstgebitambities (moet echt dringend naar de tandarts, maar ja, zit niet in de basisverzekering).
Gisteren ben ik daadwerkelijk vijftig geworden. Een halve eeuw oud. Allejezus. Dat is geen verjaardag meer, dat is een jubileum van biologische volharding. Dan krijg je dus ook geen felicitaties meer; je krijgt “respect”. Alsof je een oorlogsveteraan bent.
Vroeger dacht ik dat vijftig een soort eindstation was. Dat je dan “klaar” was. Voltooid leven. De leeftijd waarop je wijs en rustig wordt. Of in ieder geval een stuk milder. Dat het de leeftijd is waarop je op zaterdagochtend vrijwillig naar het tuincentrum gaat om hortensia’s (nee, nog geen geraniums, die fase komt later) te bekijken zonder ook maar iets van innerlijke leegte te voelen. Nu ga ik naar het tuincentrum omdat mijn rug dat prettiger vindt dan een of ander festival. Het verschil is subtiel, maar existentieel.
Mijn lichaam heeft de afgelopen jaren sluipend besloten om een eigen bewind te gaan voeren. Met knieën die knarsen als een oude voordeur. Ogen die ’s avonds ineens huilend om extra grote ondertiteling smeken. Een metabolisme dat bij het zien van een croissantje al fluistert: “Nee jongen, niet doen, dan wordt dat bierbuikje nog groter…”
Vijftig is de leeftijd waarop je niets meer “krijgt”, maar alles “hebt”. Kwaaltjes en zo. En een verleden. En natuurlijk ook een mening over dingen waar je vroeger totáál geen mening over had, zoals isolatiemateriaal, warmtepompen en pensioenhervormingen.
Het tragische is dat ik me mentaal nog steeds iets van midden dertig voel. Misschien zelfs begin dertig op goede dagen. Tot ik dan ineens geconfronteerd word met een foto van mezelf. Dan zie ik een man die eruitziet alsof hij zichzelf dringend zou moeten adviseren om eens wat rustiger aan te doen. Laatst zei een of andere puber zelfs “u” tegen me in de trein. Ik overwoog even om die muppet te corrigeren, maar toen bedacht ik dat dat precies is wat een vijftiger zou doen.
Maar: er zijn ook positieve kanten. Vijftig is bevrijdend op een bijna onverschillige manier. Je hoeft niets meer te worden, want je bent het al. Wat dat dan ook is. De druk van ambitie maakt plaats voor het realisme van een hoog cholesterol. Je weet inmiddels ook dat niet iedereen je leuk vindt. Dat sommige dromen gewoon PowerPoint-pitches zijn die nooit bekeken worden en zo in de virtuele prullenbak verdwijnen. En dat dat oké is.
Ik heb twee betweterige kinderen die míj nu uitleggen hoe de wereld werkt. Dat is een boeiende draai in het script. Eerst leerde ik hen lopen (en de rest) en nu leggen zij me uit wat een algoritme met mijn ziel en zaligheid doet. Mijn ouders worden ouder, mijn kinderen worden wijzer en ik hang daar ergens tussenin. Als een brug die zachtjes kraakt, maar toch nog best oké functioneert als dat nodig is.
Vijftig betekent ook dat je statistisch dichter bij het einde staat dan bij het begin. Dat is geen morbide gedachte, dat is gewoon mathematisch realisme. En eerlijk gezegd geeft dat me een vreemd soort rust. Ik verspil minder tijd aan mensen die energie vreten. Ik zeg net wat sneller nee. Ik drink betere wijn, maar wel wat minder dan voorheen. Ik kies vaker kwaliteit boven kwantiteit. Behalve bij sarcasme. Daarvoor blijft ‘hoe meer, hoe beter’ gelden.
Enfin. Hier sta ik dan. Geen veertiger meer. Niet ervarener dan gepland, niet rustiger dan gehoopt, maar wel opmerkelijk intact. Ik heb liefgehad, gefaald, geschreven, getwijfeld, gelachen en meer. Ik heb lastige belastingaangiftes overleefd en nooit eindigende ouderavonden doorstaan. Als dat geen karaktervorming is, weet ik het ook niet meer.
Maar ik weet ook: deze leeftijd is geen eindpunt; het is slechts een tussenstand. Een rustmoment in een wedstrijd waarvan niemand de spelregels snapt. En zolang ik nog kan mopperen en mijn eigen loodzware ironie kan dragen zonder heupoperatie, doe ik het ervoor.
Proost op mij.
Iemand moet het doen, nietwaar?






Gefeliciteerd, jonge oppergod!
Bedankt, chef!
“Denis Enkeling, mid-veertiger, voegt met vaste regelmaat een hoofdstuk toe aan zijn ooit te verschijnen magnum opus ‘Vrouwloos overleven voor Dummies’. Weet inmiddels: single is super.”
Klopt niet meer dus.
Potverdikkie!
Van harte!
Heer van Eekelen, de oplettendheid zelve! Ik dacht dat ik er wel mee weg zou komen en tenminste hier op papier nog mid-veertiger zou kunnen blijven. Niet dus. Daarom nu aangepast. Nondeju!
En hartelijk dank!
Gefeliciteerd! Ik ben al 16 jaar 50. En net naar het tuincentrum geweest. Lekker, man.
Een medestander, altijd fijn. Bedankt!
Een beetje aan de late kant, maar alsnog van harte gefeliciteerd!
In september wordt ik ook 50
Als we nou toch bezig zijn, dan toep ik over: 76 heren!