Onderweg naar huis vlieg ik nog even snel de supermarkt in. Ik moet een bak ricotta hebben. En het moet snel, want er is een bui op komst en ik heb geen zin in een vochtig broekje.
Bij de koelcel staat een vrouw. Precies voor de deur waarachter de ricotta staat. Deze dame is op haar dooie gemak aan het bedenken welke soort geraspte kaas ze vanavond over haar macaroni wil gooien. Vriendelijk vraag ik of ik er even bij mag. Ik heb een beetje haast en heb alleen een bakje ricotta nodig, laat ik haar vriendelijk weten.
“Ik mag hier gewoon staan,” begint de vrouw te mopperen, “je wacht maar tot ik klaar ben.” En ostentatief gaat ze door met de geraspte kaas te ienemienemutten.
“Zo. Da’s onaardig!” vloek ik, maar ik houd me in en wacht – overduidelijk gehaast – tot zij tergend traag de meest vieze kaas in haar schandalig dure tas propt. Daarna sloft ze weg.
Uit zelfmedelijden stop ik bij de sectie chips, nadat ik mijn bakje ricotta gescand heb. Daarna loop ik naar de zelfscankassa, waar zij net door een puisterige puber gecontroleerd wordt. Ongeveer tegelijkertijd lopen we naar buiten. Ik drie meter achter haar, want ik wil mezelf niet uitdagen om wéér de confrontatie aan te gaan.
Maar terwijl ik mijn fiets van het slot haal, zie ik dat ze in haar auto stapt. Een dure auto die met z’n neus tegen een muur staat en alleen achteruit kan rijden om de weg op te gaan. Ik kan me niet meer inhouden.
Snel zet ik mijn fiets pal achter haar auto. Zo langzaam mogelijk ontdoe ik mij van mijn rugzak.
Kwaad gooit mevrouw de deur open en scandeert dat ik aan de kant moet, want ze heeft haast.
“Je wacht maar even. Ik mag hier gewoon staan,” antwoord ik haar. Vervolgens ga ook ik ostentatief mijn rugzak vullen met mijn bakje ricotta en mijn zakje naturel chips.
Daarna moet mijn rugzak nog op de bagagedrager vastgesnoerd worden, mag mijn computertje op het stuur geklikt, moet Spotify aangezet worden en vind ik dat ik zin heb in een mooi album van Pink Floyd.
Tijdens dit ritueel word ik begeleid door woest getoeter en een ronkende, over de toeren draaiende automotor.
Dan voel ik de eerste druppels. Ik stap op de fiets, zwaai nog even naar dat rotwijf en geniet preventief van mijn snel nat wordende broekje.







