Zo’n 150 jaar geleden werd in Schinveld, Limburg, de laatste wolf in Nederland doodgeschoten, tot grote opluchting van boeren, burgers en buitenlui.
Want aanvallen, overlast, hondsdolheid, 7 geitjes…
Maar de tijd verstrijkt en een jaar of tien geleden stonden de media stijf van berichten over de wolf die in de richting van ons land migreerde.
Hij was al een paar kilometer over de Duitse grens gesignaleerd en zou zeker de oversteek wagen. De spanning liep op, als 5-jarigen in Sinterklaastijd wachtten we af, hij komt ,hij komt.
Niet veel later was ie er. De eerste wildcamera’s hadden hem vastgelegd, een rilling ging door het land. In nachtvisie zagen we hem, of haar, want we waren inmiddels ook genderbewust geworden, met een natte neus naar de lens snuffelen.
Maar in beeld toch lang niet zo gevaarlijk als iedereen vroeger dacht en hadden we hier geen Partij Voor De Dieren?
En Nederland zou Nederland niet zijn als er geen begin werd gemaakt met een uitgebreid en door meerdere instanties ontwikkeld Wolvenplan met hoofdletter W.
En dat kwam er ook. Niet meteen, maar na zorgvuldige afstemming natuurlijk.
Het inrichten van de omgeving, compensatie voor als er een ongelukje passeerde, het aantal meters dat voorbijgangers ten opzichte van de lang verwachte gast in acht moesten nemen, boe-roepen en vooral niet voeren.
Landelijke, provinciale en lokale bemoeienis over de vraag waar, wanneer en hoe we de loper uit moesten leggen. Waren we ook landschappelijk klaar voor een predator aan de top van de Hollandse voedselketen? Natuurlijk! Graag!
Ook in wildlife bliezen we eindelijk ons partijtje mee.
Na 14 roedels, vele honderden uiteengescheurde schapen, angstpsychoses op de Veluwe, boswandelingen met Benno’s en Bobbies waar later alleen het lijntje van werd teruggevonden en wildroosters van meer dan twee meter hoog waar hij met een elegante sprong overheen kon zeilen, is de wind gedraaid. Er wordt vermoed dat boeren het heft in eigen hand nemen, auto’s op een nachtelijke provinciale weg niet afremmen en de eerste officiële bounty hunters op pad zijn.
Ik had er tot dusver nog geen mogen aanschouwen. De wolf bleef buiten een filmpje hier en daar een sprookjesachtige toch wat Hans en Grietje achtige mythe.
Tot gisteren.
Vroeg wakker, genietend van het lenteconcert in de stille nevelige ochtend, hoorden we veel te dichtbij een angstaanjagend gehuil uit meerdere kelen.
Overal in de huizen rondom sloegen de honden hysterisch blaffend aan.
Een kil en oeroud, waarschijnlijk genetisch overerfd gevoel, schoot alarmerend naar boven: WOLF!
Eenmaal snel binnen, want men moet zijn natuurvriendelijkheid niet overdrijven, zag ik door het keukenraam over het weiland een grijsbruin gestalte, met die typisch dravende tred, voorbij snellen. Krachtig, prooi belust, kop recht vooruit in één soepele beweging.
Gelukkig in de andere richting, want ook heldhaftigheid is voor de dommen.






