Ja, ja, ik leef nog. Voor wie zich eventueel zorgen maakte (misschien ook in het kader van de naderende Dodenherdenking, je weet het niet, hè): was niet nodig. Voor wie hoopte dat ik nu eindelijk een keer opgekrast was: helaas. Oké, toegegeven: het is wel een tijdje stil geweest van mijn kant. Maar dat had een reden. Overleven. Klinkt heldhaftig, maar ik ben dus simpelweg mijn eigen oorlogen aan het voeren.
In het echte leven betekent dat vooral dat mijn agenda zich steeds weer vult met dingen die ik vroeger alleen kende van andere mensen. Oude mensen. Mensen met verhalen over “vroeger”. Mensen met medicijnen in van die weekdagdoosjes (of hoe heten die dingen?). En nu ben ik zelf dus zo’n soort mens. Het voelt een beetje als rondhangen op een verjaardag waar je eigenlijk al lang weg had moeten wezen.
Enfin. Ik heb een nieuwe bezigheid (hobby wil ik het nog niet noemen): de omgekeerde bucket list. Normale mensen schrijven doorgaans op wat ze allemaal nog willen doen voor ze de pijp uit gaan. Ik doe precies het tegenovergestelde. Ik onderga dingen die ik nooit had willen doen of meemaken, zet ze daarna alsnog op mijn lijst en vink ze dan af. Zo voelt het tenminste nog alsof ik érgens controle over heb.
Darmspiegeling? Did it! Want ik had bloed in de ontlasting. Altijd weer zo’n gezellige binnenkomer.
“Waarschijnlijk aambeien, maar toch maar even laten checken,” zei de huisarts, op de toon van iemand die ook had kunnen zeggen dat het morgen misschien wel eens zou kunnen regenen. Normaal doen ze dit soort shizzle pas vanaf je 55e, maar ik mocht eerder. Hoe fijn. Schuif er maar in, die ellenlange cameraslang. Lag ik daar, half ontkleed en half in slaap, terwijl een man op een scherm naar mijn binnenkant koekeloerde alsof het een natuurdocumentaire was. “Kijk, dáár hebben we ze,” hoorde ik hem vanuit de wattige verte enthousiast roepen bij het ontwaren van een aambei én een poliep. Wat een feest. Op dat moment voelde ik me, ondanks roezige toestand, toch wel een enigszins zeldzaam vogeltje.
Maar: daarna heb ik het hele gebeuren dus wel mooi op mijn lijstje gezet. Afgestreept. Klaar. Alsof ik zojuist de Eiffeltoren had beklommen (ook nog nooit gedaan, overigens).
En ik heb – op aanraden van Nick en Simone – inmiddels ook al vol trots een gehoortest doorstaan. Je weet wel, dan zit je in zo’n cabine en dan moet je piepen als je het hoort piepen. Ik hoorde sommige piepjes niet. De assistente keek me met een meewarige blik aan, zo van: dat wordt niks meer met jou. Ik knikte maar eens. Wist ik toch allang. Niet dat ik er ook maar iets mee doe, maar zo’n test staat wel mooi op de lijst!
En laatst had ik zelfs een waar kliniekdagje voor “een paar kleine controles” in het kader van de persoonlijke gezondheidscheck voor halfbejaarden (mijn verzekering vergoedt dat, dus ach, waarom niet, hè). Dat betekent in de praktijk dat je van kamer naar kamer wordt geschoven, terwijl iedereen iets anders van je wil. Bloed hier, urine daar, even liggen, even zitten, even diep zuchten, even niet ademen. Ik voelde me een project. Heerlijk. Eindelijk weer projecten in mijn leven. Aan het eind van de dag kreeg ik geen sticker, wat ik persoonlijk een gemiste kans vond. Maar goed: opgeschreven en afgevinkt.
Ik ben tevens begonnen met dingen die je vroeger alleen deed als je écht niks meer te verliezen had. Met fysiotherapie, bijvoorbeeld. Rekken en strekken, duwen en trekken, onder begeleiding van een meid die jong genoeg is om mijn dochter te zijn. “Voel je dit?” vraagt ze steeds weer. Ja, joh, dat voel ik. Dat is mijn waardigheid die langzaam uit mijn lichaam sijpelt. Enfin. Ook alvast afgevinkt, hoewel ik nog onder behandeling ben.
En het maffe is: hoe meer ik afstreep, hoe langer mijn lijst vervolgens weer wordt. Steeds meer nieuwe euvels. Heb je het een ontdekt, volgt het ander als vanzelf. Het gáát maar door. Alsof het leven denkt: hatsekidee, hij heeft het concept door, laten we hem nog wat extra uitdagingen geven. Een beetje zoals een gaming app die maar nieuwe, steeds moeilijkere levels blijft genereren. Het einde lijkt te naderen, maar is dan toch ineens weer een stuk verder weg. Wat je op zich natuurlijk wel weer als iets positiefs kunt zien.
Dus ja, ik ben er nog. Niet omdat ik alles zo geweldig onder controle heb, maar omdat ik blijkbaar nog lang niet klaar ben met dingen afstrepen. Mocht je je dus afvragen hoe het met me gaat: best oké. Ik heb vandaag voor de verandering eens niets nieuws hoeven toevoegen aan mijn emmerlijst. Inmiddels beschouw ik dat als een overwinning. En als ik dan uiteindelijk alles meegemaakt heb, kan ik alsnog met een gerust hart sterven.



Meer dan herkenbaar maar je begint er wel vr.oeg meer