Is het niet interessant om te zien welke mechanismen op de burelen van de landelijke talkshows in werking treden wanneer het land ‒ het continent, de wereld ‒ in een bepaalde crisis terecht is gekomen? Men voelt dan blijkbaar de noodzaak de argeloze burger onophoudelijk bloot te stellen aan de analyses van de meest uiteenlopende specialisten, de ‘kenners’, die inzake de betreffende crisis geacht worden van de hoed en de rand te weten.
Een jaar of zes geleden, tijdens de coronacrisis, waren de virologen, al dan niet bewapend met een glas rode wijn, niet van de buis te slaan. Sinds ruim vier jaar (het begin van de Russische aanvalsoorlog op Oekraïne ‒ al zijn er presidenten die van mening zijn dat dat laatste land het eerstgenoemde binnenviel) houden de generaals en andere geopolitieke duiders enkele plekjes warm aan de vaderlandse talkshowtafels. En sinds de VS en Israël een paar maanden geleden hun Operatie Epische Furie tegen Iran begonnen, hebben diezelfde geopolitieke duiders en generaals (binnen dan wel buiten dienst) gezelschap gekregen van een legertje (pun intended) economen teneinde de gestegen olie- en gasprijzen en de economische situatie in den algemene van duiding te voorzien.
Maar wat worden wij, de kijkers, nou wijzer van al die publieke duidingsexercities? Weinig tot niets, naar mijn bescheiden mening. Ik zie die latenighttalkshows, die babbelformats, die praatformaten ‒ excusez le mot ‒ meer als één groot bezweringsritueel: het bezweren van de onzekerheid, van het onzekere heden, de onzekere toekomst. De mens kan niet goed tegen onzekerheid, heeft duiding nodig, troost, een kompas om op te varen. Tijdens de coronapandemie gold dit alles natuurlijk in het extreme, omdat letterlijk niemand op aarde vooruit kon zien waar ‘we’ als mensheid heengingen. Maar ook tijdens eerdergenoemde oorlogen valt er veel onzekerheid te bezweren: geopolitieke onzekerheid (gaan de Russen straks niet alleen digitaal maar óók met drones of ander (wapen)tuig ‘snoepen’ aan de EU-grenzen: Estland, Letland, Litouwen, Polen?) zowel ook als economische onzekerheid: welke vlucht gaan die olie- en gasprijzen nemen, is ons eten en drinken straks nog te betalen? In tijden van politieke en/of financiële onzekerheid zijn de opmonterende stemmen van ‘hen die ervoor doorgeleerd hebben’ méér dan welkom!
Het grote bezweren: Saampjes de onzekerheid ondergaan. Er niet alléén voor staan. Intellectueel en emotioneel anticiperen op wat komen gaat. Je kunt die beeldbuisbabbelsessies zien als één grote nationale groepshug: samen staan we sterk!
Op de keper beschouwd leren die praatformaten ons niet veel meer dan dat Jeroen Pauw een olijkesjaaltjesfetish heeft ‒ of hád, de kleurrijke doekjes lijken weer verdwenen ‒, Eva Jinek tijdens haar onderonsjes met prominente buitenlandse gasten graag koketteert met haar Oklahoma-Engels, de heren van VI na al die jaren nog immer het talent bezitten voor ‘meesterlijke’ kort door de bocht-analyses en Twan Huys nooit meer los gezien kan worden van zijn College Tour-interview met hét grote voorbeeld voor Nederlandse studenten: de ondernemer W.F. Holleeder…
Tot slot nog een persoonlijke noot: Indien u in de jongste, behoorlijk serieuze (en tamelijk gepolariseerde) mediajaren wat ironie en gevoel voor fictie heeft weten te conserveren in uw hartje, wil ik u met alle graagte wijzen op mijn jongste pennenvrucht, de roman ‘De talkshowcarrousel’, die vorig jaar het dag- en maanlicht mocht aanschouwen: een persiflage op eerdergenoemde babbelformats. Maar bovenal een hommage aan twee legendarische talkshowhosts uit de Nederlandse tv-geschiedenis bij wie je het gevoel had dat ze (wél) oprecht geïnteresseerd waren in hun gasten: de heren Ischa Meijer en Theo van Gogh:
(Dienaangaande: de 1000e koper van mijn roman beloof ik een uitgebreid diner voor twee in het beste restaurant van Brabant, de 2000e koper een geheel verzorgd weekend in America (Horst aan de Maas).






