Afgelopen week wilde ik parkeren in de binnenstad. Tenminste, dat was het plan. Vroeger zette je dan je auto neer, gooide je wat munten in een automaat en liep je weg. Een systeem dat zo eenvoudig was dat zelfs de stomste toeristen het konden begrijpen. Tegenwoordig moet je eerst bewijzen dat je waardig bent om wat parkeerplek in beslag te nemen.
Bij de parkeerplaats stond een bord. Geen automaat, geen instructies, alleen een QR-code. Ik scande hem en kwam op een website terecht waar ik een app moest downloaden. Voor die app moest ik een account aanmaken. Voor dat account moest ik mijn e-mailadres bevestigen. Voor die bevestiging moest ik inloggen op mijn mail. Voor het inloggen moest ik een verificatiecode invoeren die naar mijn telefoon werd gestuurd. Dezelfde telefoon waarmee ik al druk in de weer was. Na een minuut of tien stond ik daar nog steeds, naast mijn auto. Een volwassen man van vijftig die een stukje asfalt probeerde te huren.
Naast mij verscheen een vrouw van een jaar of twintig. Zij scande dezelfde code, tikte wat op haar scherm en liep weg. Vijftien seconden werk en klaar was ze. Ik keek haar na zoals holbewoners vroeger waarschijnlijk naar de eerste mens met vuur keken. Met bewondering, ontzag en een lichte angst voor zwarte magie.
Later die middag liep ik een café binnen. Op tafel stond alwéér een QR-code. Geen menukaart, geen krijtbord aan de muur, geen serveermens. Enkel weer zo’n vierkantje dat leek te zeggen: joh, zoek het lekker allemaal zelf uit, ja?
Dus pakte ik mijn telefoon. Cookies accepteren, website laden, menu openen, zoeken, scrollen, nog eens scrollen. Uiteindelijk vond ik wat ik zocht: koffie.
Dat was alles wat ik wilde. Koffie. Geen digitale klantreis, geen interactieve gebruikerservaring en al helemaal geen semi-gepersonaliseerde horecabeleving. Gewoon iets waarvoor je vroeger hooguit drie woorden nodig had: “Een koffie, graag.”
Terwijl ik daar zat te wachten, moest ik ineens aan mijn vader denken. Die begrijpt de afstandsbediening soms niet meer. Dan houdt hij het ding in zijn hand alsof ‘s nachts ineens spontaan alle functies van knop zijn verwisseld. Een paar jaar geleden vond ik dat nog opmerkelijk. Tegenwoordig kijk ik naar een parkeerapp en denk ik dat hij misschien helemaal niet de enige is die ‘een beetje achterloopt’.
Vroeger dacht ik dat ouder worden betekende dat je lichaam je langzaam maar zeker ging verraden. Eerst een pijnlijke knie, daarna een stijve rug en vervolgens een leesbril die steeds vaker zoekraakt terwijl hij gewoon op je hoofd staat. Inmiddels vermoed ik dat het echte verval begint wanneer de wereld om je heen ongemerkt ingewikkelder wordt dan nodig is. Mijn thermostaat heeft wifi. Mijn deurbel heeft wifi. Mijn lampen hebben wifi. Ik begin langzaam het gevoel te krijgen dat ik de enige ben in huis die nog geen software-updates nodig heeft.
Laatst vertelde iemand mij zelfs dat zijn koelkast een update nodig had. De kóélkast, nota bene! Dat apparaat heeft al tientallen jaren exact dezelfde taak: koelen. Ervoor zorgen dat de melk niet zuur wordt. Niemand heeft ooit voor een koelkast gestaan en gedacht: prachtig apparaat, maar ik mis toch wel die hoogstnoodzakelijke cloud-functionaliteit en de automatische besteloptie… En toch zijn we nu hier aanbeland. De mensheid heeft duizenden jaren gewerkt aan vooruitgang en is uiteindelijk uitgekomen bij een koelende kast met haperende firmware.
Misschien ligt het aan mij. Dat kan. Misschien ben ik langzaam aan het veranderen in zo’n man die begint over hoe alles vroeger beter was. Dat zou jammer zijn, want vroeger was láng niet alles beter. De auto’s roestten, de televisie had drie zenders en als je een foto maakte, ontdekte je pas twee weken later dat je duim al die tijd voor de lens had gezeten. Maar sommige dingen waren wel eenvoudiger. Een lamp gaf gewoon licht. Een parkeerautomaat verkocht parkeertijd. Een menukaart lag op tafel. Niemand voelde de behoefte om daar een account, een wachtwoord en een software-update tussen te schuiven.
Misschien is dat wel wat ouder worden uiteindelijk inhoudt: niet dat je steeds minder begrijpt, maar dat je steeds beter ziet welke dingen helemaal niet begrepen zouden hoeven worden.
Een lamp hoort licht te geven.
Een koelkast hoort te koelen.
Een kop koffie hoort gewoon koffie te zijn, zonder QR-code.
En als je om te parkeren meer digitale vaardigheden nodig hebt dan voor een belastingaangifte, dan ben ik hier niet degene die de weg kwijt is.






Haha, heel herkenbaar. Topverhaal!