Helemaal leeg, met betraande ogen fietsten we terug van de therapeut. We hadden daar afscheid genomen van ons leven als stel. Huilend vertelden we elkaar dat we alles hadden gegeven voor een leven samen. Dat we hebben geroepen, maar elkaar niet verstaan. Dat we elkaar gemist hebben toen we nog samen waren.
De zon scheen en de kilte in ons hart werd verwarmd terwijl we rillend terug fietsten naar de plek die eens ons huis was. Daar aangekomen waren er twijfelachtige omhelzingen en schuchtere bewegingen. Tot ik ineens mijn stem schor hoorde zeggen; “zullen we even gaan liggen?”
In een nieuw bed, op zolder. Vinden we elkaar weer. “Ik heb me nog nooit zo dichtbij je gevoeld”, hoorde ik je zeggen. Terwijl we naast elkaar op bed lagen. Er zit minstens tien centimeter tussen ons in. Ik voelde de warmte van je arm tegen de mijne stralen. Ik sluit mijn ogen, laat mijn lijf eindelijk rusten. Mijn ledematen trillen van alle spanning die eruit komt. Voor het eerst in drie jaar voel ik rust. Ik lig naast iemand die me begrijpt. Mijn rug voelt warm aan tegen het matras. De koelte van de lakens maakt plek voor mijn lijf. De druk op mijn rug, benen en armen voelt onbekend maar comfortabel. Ik voel me heel langzaam wegzinken in het rijk tussen slaap en dromen.
Ik hoor je hoofd draaien. Met gesloten ogen voel ik hoe je me bekijkt. Je adem kriebelt op mijn gezicht. Ik draai mijn hoofd. Voel je lippen twijfelachtig. Ineens verandert de twijfel in honger.
De honger is snel gestild als we zoenen. Je trek wordt teder. Liefdevol. Zachtjes. Bijna plagend zoenen we terwijl het licht van de zon speelt met de wolken. In een bed op zolder. In een ruimte die eens ons huis was. Er is geen drang. We hebben geen haast. Het verlangen wordt gekoesterd.
Kleding verdwijnt. Huid hunkert. Geen ongemak, geen onwennigheid. Ik ken je lichaam net zo goed als het mijne. Kippenvel verschijnt door kietelen. Adem slaat neer op je huid waardoor warmte speelt met de piepkleine haartjes op je rug. Je lippen warm op mijn huid. Verlichting van de pijn en de twijfel. Er is gretigheid afgewisseld door tederheid en tranen. Ik kus je tranen weg. Je verorbert de mijne. We troosten elkaar. Vergeven vrijend het lijden. Er is geen doel, geen drang naar orgasme, er is verlossing. Het dragen van elkaar.
Daar in bed vinden we elkaar, na lange jaren. We moesten elkaar eerst echt verliezen om ons weer te vinden. Zonder mezelf te verliezen kan ik me geven aan je. Zonder meer te willen kun je nemen. Zonder twijfel weer verbonden. Zonder twijfel laat ik je los. Zonder twijfel laat ik me omarmen. Zonder te verliezen nemen we afscheid.
Ik word wakker. Alleen in bed. Het kussen naast me is leeg. De zon is vertrokken en jij ook.
Ik zet mijn voeten naast het bed. Een liedje borrelt in me. Er zijn dingen die moeten gebeuren. Er een toekomst waar ik zin in heb. Eindeloze avonturen. Er is iemand die me begrijpt.








Geef een reactie