Mijn maag knort, ik heb sinds vanochtend niks meer gegeten, het is half zes als ik bij de lokale supermarkt aankom. Als een zeeman die net rond de kaap is gezeild en het eerste eiland treft, plunder ik de supermarkt. Elke bonus verdwijnt in mijn karretje.
Wanneer ik bij de kassa aankom, blijken mijn boodschappen evenveel te kosten als mijn hypotheek. Maar mijn honger overwint mijn financiële angsten en ik reken af.
Thuisgekomen ben ik verzadigd na een diepvriespizza en een maaltijdsalade. Vertwijfeld kijk ik naar de rest van mijn boodschappen. Voor welk peloton heb ik zojuist boodschappen gedaan? Was mijn gevoel van onstilbare honger wel echt?
Gevoelens zijn per definitie geen werkelijkheid. Gevoelens kunnen werkelijkheid worden, of een afspiegeling zijn van je persoonlijke werkelijkheid. Gevoelens zijn asynchroon, tijdsbesef is een totale vreemdeling voor je gevoel. Heftige gebeurtenissen kun je herbeleven en die ervaring kan levensecht voelen, al is het jaren geleden dat het is voorgevallen. De geboorte van een kind, het overlijden van een vriend. Ik noem maar wat voorbeelden.
Gevoelens zijn ook nog eens asymmetrisch; wat vandaag totaal overweldigend kan voelen, is morgen wellicht een flauwe herinnering en doet er niet meer toe. Door je gevoel te documenteren en te evalueren, kun je enigszins inzicht krijgen in wat voor fluctuaties er in je gevoelsleven zitten. Ik kan me niet herinneren ooit zo boos en bedrogen te zijn geweest, maar dat was ik wel. Het verdriet van verlies wat me heeft overmand en veranderd, kan ik alleen duiden door letterlijk terug te bladeren in mijn dagboek.
Soms zijn het zintuiglijke waarnemingen die te metafysisch zijn om lichamelijke uiting te krijgen. Die manifesteren zich in je gevoel. Soms word je daadwerkelijk misselijk van een herinnering, dan krijgt een gevoel uiting in je lijf, dan spelen er dingen op, die zich uiten in gevoelens. Maar wanneer is een gevoel nu echt?
Ik heb die vraag eens gesteld in een groep die intensieve therapie volgde. Deze mensen waren experts op het gebied van gevoel. Het overweldigende antwoord was dat gevoelens altijd echt waren. Toen ik die, in mijn opinie, wat voorbarige conclusie ging toetsen, bleken er toch wat gaten te zitten in die hypothese. Tot op heden is er geen deugdelijke objectieve meetlat om gevoel te kwantificeren of te kwalificeren. Daar krijg ik dus een onbestemd gevoel van.
Voor een witte westerse man is praten over je gevoel een relatief nieuw begrip. Zoiets als quantum computing – je hebt er vast wel eens van gehoord, maar dat wil niet zeggen dat je het begrijpt. Wanneer dan blijkt dat gevoelens niet objectief meetbaar zijn en nauwelijks objectief toetsbaar, dan wordt het voor de exacte mensen onder ons navelstaren voor gevorderden.
Waarmee ik geen bom wil leggen onder specifieke takken van wetenschap, maar als je enkel achteraf evenementen kunt duiden, dan heet de tak van de wetenschap die je beschrijft: geschiedenis.






